Het overkomt me wel eens dat ik moet terugdenken aan mijn eigen verleden. Aan wat ik als kind, teener en als volwassene heb meegemaakt. Noem het maar nostalgie of zoiets. Naar mijn idee heb ik het grote geluk gehad mijn teenerjaren in de 60’s te hebben mogen doorbrengen. Overigens zie ik die teenertijd als een tijd, waarin je als mens het meest gevormd wordt. De ‘sixties’ waren een toch wel door sociale onrust gekenmerkte tijd, rassenrellen in Amerika, diverse kleine en groter schalige oorlogen, falende politici en een establishment dat zwaar onder vuur lag. Maar het was ook een tijd gekenmerkt door grote vooruitgangen in technologie en meer welvaart voor de westerse mens.
Als ik dan nu het dagelijkse nieuws lees met alle complotverhalen (de schuld ligt nl. altijd bij iets of iemand anders), zoals nu de financiële crisis (alles is onderhand in een crisis, als ik de media mag geloven), bekruipt mij af en toe het gevoel, waar heb ik dit eerder gezien?
En toen schoot mij de titel van een song uit voor mij de eind 50’er jaren te binnen. Een song die mij altijd is bijgebleven, hoewel ik er toen als klein kind weinig van begreep. Het liet bij mij in elk geval wel zijn sporen na. De song heet ‘Sixteen Tons’, is geschreven door Merle Travis en stamt uit 1947.
Het is het verhaal over mijnwerkers, een gevaarlijk en moeilijk beroep in die tijd. En gaat over hun uitzichtloze situatie. Blijkbaar werden die mijnwerkers toen niet uitbetaald in geld, maar in tokens. Deze tokens waren alleen inwisselbaar bij de zgn. Company Store, waar ze alles konden kopen wat ze echt nodig hadden.
In die tijd was het werken in de mijnen vele keren gevaarlijker dan tegenwoordig. Een van die grote gevaren was het krijgen van de zgn. ‘black lung’, een ziekte die te wijten is aan het kolengruis dat werd ingeademd en zijn verwoestingen in de longen van mijnwerkers aanrichtte. Ook gebeurden er in die tijd vele ongelukken en het was natuurlijk geen wonder dat vele mijnwerkers het geen pretje vonden om in die gevaarlijke en in deplorabele toestand verkerende mijnen te werken.
Omdat de tokens die ze verdienden alleen maar bij de Company Store geaccepteerd werden, kon die Store de prijzen dus naar believen verhogen, omdat er geen competitie was. En het beroerde voor de mijnwerkers was dus dat ze geen ander werk konden gaan doen, omdat ze schulden hadden opgebouwd bij die Company Store. Dus hiermee was de cirkel gesloten en moesten ze wel voor die mijn blijven werken. Een soort van moderne slavernij. Geen wonder dus dat de mijnwerkers gefrustreerd raakten en er een soort van geweldspiraal ontstond. Uitwassen hiervan hebben we tot ver in de 20e eeuw kunnen zien.
En waar die zich het meest uitten in die tijd waren de studenten- en mijnwerkersrellen. Op het 1e gezicht een onmogelijke combinatie (intelligentia en arbeiders). Denk nog maar eens aan de mijnsluitingen in de Borinage, Duitsland, Engeland (Wales) en Limburg, maar ook de studentenrellen bij m.n. de Sorbonne. De echte uitwassen zijn later gekomen met o.a. de RAF (Rote Armee Fraction) en andere geweldsorganisaties.
Maar als je goed om je heen kijkt, is de situatie van toen nog steeds dezelfde. Alleen de spelers zijn nu anders dan toen en tokens zijn nu fiatgeld, maar het principe staat nog steeds overeind. Het spel wordt nog steeds op dezelfde manier gespeeld. En dan denken we nog wel dat we vrij zijn, dankzij onze onvolprezen democratie.
Dus in hoeverre hebben wij ons ondertussen losgemaakt van de ellendige toestanden van toen? We hebben nog steeds een Company Store, de overheid en banken. We hebben nog steeds tokens, ofwel fiatgeld. We hebben en krijgen steeds meer sociale onrust. Kijk maar naar de Grieken en Spanjaarden, waar werkloosheid hoogtij viert en waar we niet ver af staan van echte revoluties, net zoals trouwens in het Midden-Oosten. Andere landen zullen hierin meegesleept worden, of ze nu willen of niet. Tot nu toe nog steeds de ‘ver-van-ons-bed-show’, die we iedere avond weer voorgeschoteld krijgen op onze TV, maar voor hoelang nog?
Onderstaand geef ik u de volledige tekst van deze song. Lees hem nog maar eens keer door en probeer eens tussen de regels door te lezen.
Sixteen Tons
Some people say a man is made out of mud
A poor man’s made out of muscle and blood
Muscle and blood and skin and bones
A mind that’s weak and a back that’s strong
You load sixteen tons, what do you get
Another day older and deeper in debt
Saint Peter don’t you call me ‘cause I can’t go
I owe my soul to the company store
I was born one morning when the sun didn’t shine
I picked up my shovel and I walked to the mine
I loaded sixteen tons of number 9 coal
And the straw boss said “Well bless my soul”
You load sixteen tons, what do you get
Another day older and deeper in debt
Saint Peter don’t you call me ‘cause I can’t go
I owe my soul to the company store
I was born one morning, it was a drizzling rain
Fighting and trouble are my middle name
I was raised in the canebrake by on old mama lion
Can’t no high-toned woman make me walk the line
You load sixteen tons, what do you get
Another day older and deeper in debt
Saint Peter don’t you call me ‘cause I can’t go
I owe my soul to the company store
If you see me coming, better step aside
A lot of men didn’t and a lot of men died
One fist of iron, the other of steel
If the right one won’t get you then the left one will
You load sixteen tons, what do you get
Another day older and deeper in debt
Saint Peter don’t you call me ‘cause I can’t go
I owe my soul to the company store