Dat er iets goed mis is het de berekening van risico in de huidige financiële sector is sinds de kredietcrisis wel duidelijk. Banken konden gigantische risico’s nemen op het gebied van beleggingen dankzij de “kromme van gauss”. Events als beurscrashes zouden een zeldzaamheid zijn, maar helaas is niets minder waar. Het is tijd voor een nieuwe manier om risico te meten, het is tijd voor de complexiteitstheorie.

Kromme van gauss
Een zeer populair middel om kansen weer te geven is de kromme van gauss (zie de afbeelding hierboven). Deze kromme is zeer geschikt voor veel kansberekeningen en kan snel duidelijkheid bieden over statistische gegevens. Het probleem is echter dat de financiële sector deze kromme ook heeft ontdekt en deze veelvuldig gebruikt wordt om risico’s te meten. Wie deze kromme nog niet kent zal wellicht overdondert worden door alle cijfertjes en lijntjes, maar het is niet zo ingewikkeld als het lijkt. Kort gezegd komt het er op neer dat rechts van de nul de events worden weergegeven die positief zijn en links van de nul de events worden weergegeven die negatief zijn. Hoe verder je naar de uithoeken gaat, hoe groter het event en hoe kleiner de kans dat dit ook daadwerkelijk gebeurd. Griekse staatsobligaties werden vroeger gewoon gezien als risicoloos rendement, net zoals de Spaanse en Italiaanse staatsobligaties. Op deze kromme stond dan dat een mogelijke crash van de waarde van het staatspapier helemaal uiterst links stond (echt bijna onmogelijk dus). Hetzelfde gold voor de kans op een beurscrash wanneer het om aandelen ging. Beide risico’s zijn in de realiteit een stuk groter en dus kan er ernstig getwijfeld worden aan de betrouwbaarheid van deze manier van risico meten.

Complexiteitstheorie
Er is ook een andere manier om risico te meten, namelijk het meten van risico op basis van complexiteit. Natuurlijk moeten we ons ook niet blindstaren op deze theorie (zoals velen zich wel hebben blindgestaard op de voorgaande theorie), maar het is in ieder geval goed om eens goed naar de complexiteitstheorie te kijken.Van complexiteit is sprake als er in een systeem vele verschillende autonoom werkende radertjes zitten. Met autonoom werkende radertjes bedoel ik dus juist niet de radertjes in een klokwerk (die met de klok meebeweegt, omdat het vorige radertje tegen de klok in draaide), maar radertjes (lees onderdelen van het systeem) die zelf een kant op bewegen en keuzes kunnen maken en daarmee het overige systeem wel beïnvloeden. De complexiteitstheorie leert ons dat de grootte van een gevaar, alsmede de kans op het daadwerkelijk plaatsvinden van het gevaar groter wordt naarmate het aantal autonome radertjes toeneemt. Als deze theorie klopt, dan zijn de huidige maatregelen om alles internationaler te laten verlopen en geldsystemen vol te pompen met nieuwe liquiditeiten en bovenal complexiteiten een levensgevaarlijke operatie die zullen leiden tot grote rampen die het hele systeem omver kunnen blazen.
Complexe systemen werken overal hetzelfde
De natuur om ons heen, ons gedrag en zelfs ons hele heelal bestaat uit terugkerende wiskundige patronen. Wiskunde en patronen zijn evenals economie en het heelal een van mijn grote passies. In alles wat wij om ons heen zien zitten patronen die steeds op een vergelijkbare manier hun werk doen. Een van de gedragingen die ook universeel is, is het gedrag van complexe systemen. Neem bijvoorbeeld een grote groep vissen die in prachtige vormen kunnen zwemmen met haarfijne precisie. Ik kan mij heel goed voorstellen dat een persoon die er in zijn duikpak of achter zijn televisie naar kijkt kan denken dat er wel een vis bij zal moeten zitten die een signaal afgeeft om die prachtige wijze van zwemmen te coördineren, maar de realiteit leert ons echter dat dit niet zo is. Het systeem werkt geheel uit zichzelf. Elke vis in het systeem is een autonoom systeem, omdat de vis zelf kan beslissen wat hij doet. Iedere vis zorgt er echter voor dat hij niet te ver van zijn omliggende collega’s af zit, zodat hij bij de groep blijft. Omdat alle vissen anders zijn en variaties kennen in hun gedrag kan het gebeuren dat 1 vis een hele kleine handeling doet die niet met de rest overeen komt en vervolgens een gigantische koerswijziging veroorzaakt doordat de rest op elkaar reageert. Een relatief kleine gebeurtenis kan uiteindelijk leiden tot een grote gebeurtenis. Hetzelfde patroon zien we terug bij aardkorsten (ook afzonderlijk werkende systemen die op elkaar reageren) en ook daar zien we dat meer complexiteit kan zorgen voor meer onverwachts grote gevolgen. Denk hierbij aan Fukushima, waarbij er een gigantische schok werd veroorzaakt, zodat de bovenliggende zee (ook een op zichzelf staand systeem) een waterverschuiving meemaakte dat leidde tot een golf, waardoor uiteindelijk een kerncentrale (ook een complex systeem) in de problemen kwam en straling veroorzaakte.
Complexe systemen werken overal hetzelfde
Als het gaat over complexiteit, dan is ons monetaire systeem een absolute koploper. In eerdere columns heb ik het monetaire systeem vaak vergeleken met het heelal. Deze vergelijking heeft ons systeem van mij gekregen, dankzij haar enorme complexiteit. Iedere euro in je handen, iedere positieve stand op je rekening, ze zijn allemaal voortgekomen uit een schuld die door iemand anders is afgesloten. Geld ontstaat spontaan samen met haar eigen negatieve energie, namelijk schuld, zodat de uiteindelijke rekensom altijd uitkomt op nul (niets). Dankzij dit systeem is er een stapeling ontstaan van oneindige hoeveelheden verplichtingen aan elkaar. Het systeem breidt zich tot op de dag van vandaag uit in alle mogelijke richtingen. Dat is best een boel complexiteit voor “niets”. De achterliggende systemen die dit systeem met zijn allen aansturen is het meest complexe systeem van allemaal: de mens. Het menselijk brein is buitengewoon complex, legt gigantische hoeveelheden verbanden en maakt veel beslissingen die vaak irrationeel zijn en niets met feiten te maken hebben. Als je je daarnaast bedenkt dat het financiële op dit moment ook nog op grote schaal wordt uitgebreid met allerlei mogelijke soorten derivaten en de beurs steeds vaker wordt aangestuurd door gigantische supercomputers die ook weer allemaal op elkaar reageren, dan begin je wellicht te begrijpen dat complexiteit in ons huidige financiële systeem tot het uiterste wordt gedreven. Geen wonder dat er nog niet zo heel lang geleden ineens een wonderbaarlijk vreemde flashcrash ontstond. Door zoveel complexiteit, begint het patroon te horen dat hoort bij een overcomplex systeem dat zichzelf elk moment kan vernietigen. Iedereen, elke optiebezitter, elke spaarder, elke aandeelhouder en iedere computer speelt mee in het supersysteem en iedereen kan plotseling beslissen om te verkopen. Het begint klein, maar zodra meer en meer autonoom werkende systemen met de nieuwe beweging meedoen is het in no-time een gigantische beweging. In 2008 was de paniek zo groot dat Henry Paulson achteraf zelfs 3 momenten noemden waarop het systeem dreigde in te storten. Dus nog meer QE, nog meer internationalisering en nog meer financiële diversiteit zouden er weleens voor kunnen zorgen dat er nòg meer crises komen met nòg grotere gevolgen. Ik ga de komende tijd meer columns schrijven over complexiteit, zodat ik wat dieper op de materie kan ingaan.