De Chinese economie lijkt voorlopig over zijn hoogtepunt heen. De Chinese groei was bijzonder hard het laatste decennia, een tempo dat niet houdbaar is. Er zijn verschillende dreigingen in de opmars van het land van de rijzende zon. De sterke Chinese groei zal onhoudbaar blijken.
China migreerde honderden miljoenen Chinezen van het platteland naar de industriële steden. Dergelijke demografische wijziging doet zet een economie in vuur en vlam. China kan dan ook gebruik maken van voldoende voorbeelden in het verleden. Groot-Brittannië transformeerde als eerste zijn economie, Amerika kopieerde vervolgens de Britten waardoor de transformatie al dubbel zo snel ging. Later volgde o.a. Japan, Thailand en Korea. De Chinezen konden dus terugvallen op een enorme know how hoe je een economie moet transformeren en groeide daarmee aan een verschroeiend tempo.
China’s handelsoverschot daalt al geruime tijd. Om de groei van het bbp te bestendigen, moet de groei dus van de eigen consumptie komen. Maar oude gewoontes verander je niet op een dag. Chinezen zijn spaarzaam. Ze moeten ook spaarzaam zijn. Er is zo goed als geen sociaal vangnet en het eenkindbeleid heeft ervoor gezorgd dat een kind meestal moet zorgen voor 4 grootouders.

Afbeelding 1.1: China Trade Balance
(Klik hier voor een grotere weergave)
En diegene die kunnen sparen, hebben niets om hun geld onder te brengen. Inflatie ligt officieel rond de 6 % terwijl een spaarboekje, in opdracht van de overheid, amper 1 % opbrengt. Levensverzekeringen brengen iets meer op, maar niet veel. En de Chinese aandelenmarkten liggen op hun gat. Blijft nog over: goud en vastgoed.
Honderden miljoenen Chinezen zijn van het platteland onttrokken om binnenkort vast te stellen dat er geen jobs meer zijn. In navolging van de Arabische lente zal dit onvermijdelijk tot binnenlandse spanningen leiden.
De economische groei zou in het 2e kwartaal onder de 7 % kunnen uitkomen. Nog steeds een fenomenale prestatie, maar misschien niet meer voldoende om voldoende inkomsten te genereren om het sociale netwerk uit te breiden en zo de bevolking tevreden te houden. De industriële productie bedroeg in april 9,3 %. Meestal ligt de industriële productie 3 tot 5 % hoger dan de groei van het bbp.
In tegenstelling tot de BoJ, de ECB en de FED heeft de Chinese overheid nog wel de mogelijkheid om rentevoeten te verlagen om zo meer zuurstof aan de economie te geven. Maar een mogelijke vastgoedbubbel in combinatie met een vertragende globale economie zal het Chinese bedrijfsleven niet veel interesse hebben om te lenen, ook niet aan lagere rentevoeten. Vele bedrijven hebben last van stijgende kosten, overcapaciteit en een afnemende vraag.
China teert nog steeds op zijn export. Europa is de grootste afzetmarkt voor de Chinezen. En het is duidelijk dat de politieke impasse zijn weerslag heeft op de economie. De Europese economie zakt in elkaar als een pudding. De globale schuldafbouw vertraagt de Chinese inflatie. Ook in China zijn ze bang voor deflatie, net als bij de FED. Bij lagere inflatie of zelfs deflatie daalt ook de winstcapaciteit van de Chinese staatsfondsen. De SWF’s (Sovereign Wealth Fund) hebben inflatie nodig om hun winsten op peil te houden. En de Chinese overheid heeft de SWF’s nodig om zijn beleid te voeren.

Afbeelding 1.2: Chinese Exports and Imports
(Klik hier voor een grotere weergave)
Des te harder Europa in de afgrond rijdt, des te groter de gevolgen zullen zijn voor de Chinezen. Amerika moet nog beginnen aan zijn eindspel, dan zal de 2e grootste afzetmarkt van China in duigen vallen. De Chinese groei was geen sprookje en is ook niet houdbaar. Elke land moet zich houden aan de economische wetten, ook de Chinezen.
Bron: BusinessInsider
Ronald Hendrickx – Fininfo-be