Lees ook:
donderdag 25 september 2014
vrijdag 19 september 2014
dinsdag 8 juli 2014
vrijdag 20 juni 2014
woensdag 14 mei 2014
donderdag 1 mei 2014
zondag 27 april 2014
donderdag 10 april 2014
dinsdag 1 april 2014
vrijdag 14 maart 2014
zaterdag 22 februari 2014
woensdag 22 januari 2014
donderdag 16 januari 2014
dinsdag 14 januari 2014
zondag 12 januari 2014
zaterdag 23 november 2013
donderdag 21 november 2013
donderdag 14 november 2013
woensdag 23 oktober 2013
vrijdag 21 september 2012

Vrede geen thema vredesbesprekingen over Syrië

De speciale gezant van de Verenigde Naties voor Syrië Lakhdar Ibrahim was de enige die zich na afloop van de Genève II besprekingen vorige maand voorzichtig optimistisch toonde. Volgens Ibrahimi hadden de delegaties van de twee strijdende partijen – het Syrische regime én de oppositie – een soort van “gemeenschappelijke grond” gevonden waarop verder kon worden gebouwd. Waarbij het feit dat geen van de beide delegaties Zwitserland voortijdig had verlaten reeds als winst werd beschouwd wat aangaf hoe laag de meetlat was gelegd voor de bijeenkomst in Genève die ten onrechte een vredesconferentie werd genoemd. Vredesconferenties hebben in de regel slechts kans van slagen in een situatie waarin één van de strijdende partijen militair verslagen of ernstig verzwakt is waarna de overwinnaar de voorwaarden voor vrede kan dicteren. In Syrië is hiervan echter geen sprake wat zich verder zal wreken tijdens de vervolgbesprekingen die op 10 februari begonnen. Voor het oog van de camera zitten de twee Syrische delegaties in Genève weer aan de onderhandelingstafel maar de werkelijke besprekingen vinden op de achtergrond plaats tussen de Verenigde Staten en Rusland. De vredesbesprekingen over Syrië beginnen gelijkenissen te vertonen met de Palestijns-Israëlische onderhandelingen die zich reeds decennia voortslepen. Niemand die er eigenlijk nog een positieve uitkomst van verwacht maar de internationale gemeenschap is opgelucht dat de beide partijen onder externe druk in elk geval bereid zijn om met elkaar te praten waardoor de illusie wordt gewekt dat een politieke oplossing mogelijk is. Een voorwaarde voor het bereiken van een politieke oplossing is echter dat de beide onderhandelende partijen dezelfde doelstellingen voor ogen staan wat momenteel in Genève niet het geval is.

De delegatie van de Syrische oppositie zit in Genève om tot de oprichting te komen van een overgangsregering in Syrië die verregaande bevoegdheden moet krijgen. Dit zou de conclusie zijn geweest van de Genève I conferentie die op 30 juni 2012 werd gehouden. Hier kunnen echter enkele kanttekeningen bij worden geplaatst. Allereerst werd tijdens deze Genève I conferentie het zes-punten plan van Kofi Annan aanvaard dat begon met een staakt-het-vuren en het neerleggen van de wapens wat politieke onderhandelingen mogelijk zou maken die in een laatste instantie zouden leiden tot de oprichting van een transitionele regering in Syrië. De Genève I conferentie van 30 juni 2012 vond bovendien plaats in de dagen van de westerse euforie over de zogenaamde Arabische lente. Men was er zo van overtuigd dat de dagen van de Syrische president al-Assad geteld waren dat het Syrische regime niet eens werd uitgenodigd. Hillary Clinton noemde al-Assad indertijd “a dead man walking” wat een ersntige misrekeing bleek te zijn. Bij de opstelling van het eindcommuniqué op 20 juni 2012 was met andere woorden alleen de Syrische oppositie betrokken en er ontstond nog diezelfde dag onenigheid over de rol van president al-Assad. Terwijl Hillary Clinton beweerde dat er was afgesproken dat deze diende te vertrekken zei Sergei Lavrov daarentegen dat dit onderwerp helemaal niet besproken was.

Sinds deze 30-ste juni 2012 is de situatie in Syrië dramatisch gewijzigd. Zowel het Syrische regime als het Syrische leger bleken in staat hun onderlingen cohesie te herstellen en het Syrische leger ging na een periode waarin het voortdurend in het defensief werd gedwongen weer in het offensief zonder dat het overigens in staat is alle verloren gebieden weer te heroveren. De gewapende Syrische oppositie die aanvankelijk fungeerde als de militaire tak van de civiele Syrische oppositie in Istanboel doorliep op haar beurt achtereenvolgens de verschillende stadia van islamisering en radicalisering. Syrië werd een magneet voor buitenlandse jihadisten en hun huidige aantallen doen de Afghaanse jihad van de jaren ’80 van de vorige eeuw verbleken. Al-Qaida is niet alleen een organisatie maar vooral ook een ideologie en de belangrijkste gewapende milities die momenteel in Syrië strijden onderschrijven allen deze ideologie. Ze hebben tevens met elkaar gemeenschappelijk dat ze het gezag en de autoriteit van de Syrische Nationale Coalitie (SNC) in Istanboel afwijzen wat de onderhandelingspositie van deze SNC verzwakt. Deze SNC pretendeert namens de voltallige Syrische oppositie te spreken maar vertegenwoordigt in werkelijkheid alleen zichzelf en de landen die haar financieren.

Vooral dank zij de Turkse rol is het gehele noorden van Syrië thans in handen van al-Qaida en ideologisch verwante milities. Dit gebied is volkomen buiten de controle van het Syrische regime geraakt en is niet langer een Syrisch maar een internationaal probleem dat nu reeds een enorm veiligheidsrisico vormt voor de directe buurlanden van Syrië maar binnen afzienbare tijd ook voor Europa. In de periode tussen de Genève I conferentie in 2012 en de Genève II conferentie in 2014 ontwikkelde Syrië zich van een bloedige episode binnen de Arabische lente tot het nieuwe epicentrum van de global war on terror. De voorspelling van de Jordaanse vorst Abdullah ruim een jaar geleden dat de nieuwe Taliban in Syrië zou verrijzen werd bewaarheid. Noch een overgangsregering noch het vertrek van president al-Assad zal helpen om de Syrisch burgeroorlog te beëindigen omdat al-Qaida zich aan iedere westerse logica onttrekt. Net als in 2004 in het Irakese Falluja is ook in Syrië slechts een militaire oplossing mogelijk die de weg kan vrijmaken voor een politiek proces. Ondanks al haar bedenkingen tegen het beleid van de Irakese premier al-Maliki is Washington momenteel op grote schaal het Irakese leger aan het bewapenen om de oorlog tegen al-Qaida te winnen. In Syrië werd echter de keuze gemaakt om tot “gematigd” verklaarde islamitische milities te bewapenen die de “radicale” al-Qaida zouden moeten bestrijden. En terwijl in Syrië zelf deze gevaarlijke Russische roulette wordt gespeeld wordt er in Genève een toneelstuk opgevoerd. De Syrische oppositie die geen enkele invloed binnen Syrië bezit redeneert nog steeds binnen het raamwerk van juni 2012 terwijl het bezorgde westen worstelt met de nieuwe beangstigende Syrische realiteit.

In de Arabische wereld wordt rekening gehouden met twee verschillende scenario’s. In het eerste scenario worden de besprekingen in Genève gezien als een vooropgezet plan om de Syrische Nationale Coalitie te dé-legitimeren omdat zal blijken dat deze SNC geen enkel gezag bezit om namens de oppositie afspraken te maken. Dit zal de weg banen voor een geleidelijke her-legitimering van de Syrische president al-Assd. Deze hele kwestie is echter nauw verbonden met de uitkomst van de besprekingen tussen Iran en de groep van 5+1.

In een tweede scenario zal het mislukken van Genève II door de Verenigde Staten worden aangegrepen om Syrië alsnog militair aan te vallen. De recente beschuldigingen van Amerikaanse politici dat al-Assad zich niet houdt aan het afgesproken tijdschema voor de vernietiging van het Syrische chemische wapens arsenaal worden in dit licht gelezen. Er zijn indicaties dat de Verenigde Staten augustus 2013 afzagen van een militaire aanval op Syrië omdat het risico te groot werd geacht dat hierbij ook depôts van chemische wapens zouden worden geraakt. Vandaar dat de Verenigde Staten – zo luidt de redenering – deze chemische wapens het eerst weg willen hebben uit Syrië voordat men militair gaat aanvallen. Tijdens deze aanval zal echter niet alleen het Syrische leger onder vuur worden genomen maar ook al-Qaida. Dit zal net als in 2003 in Irak buiten de Veiligheidsraad om moeten gebeuren vanwege het dubbele Russisch-Chinese veto. De vraag is of Rusland en China hierbij net als in 2003 er het zwijgen toe zullen doen.

comments powered by Disqus