De komende tijd zullen we enkele stukken uit De Big Reset, het nieuwste boek van Willem Middelkoop publiceren. Deze week: ‘Wanneer ontstonden de eerste munten?’

Het eerste muntgeld kwam voor in China (700 v. Chr.). Vrijwel gelijktijdig ontstonden er munten in het westen en in India. De Chinese munten werden geslagen uit diverse metalen, waaronder koper en brons. De munten werden onder streng toezicht van de overheid gemaakt om de uniformiteit te waarborgen. Aangezien de Chinezen hun munten van basismetalen maakten, had het geld een lage intrinsieke waarde. Daarom werd er in het midden een gat geboord, zodat de munten in grote hoeveelheden aan een touw konden worden vervoerd. Het Chinese geld kende lage productiekosten, maar nadelig was dat het makkelijk kon worden nagemaakt.

De eerste westerse munten ontstonden in Lydië, het huidige West-Turkije, rond 650 voor Christus. Ze waren gemaakt van electrum, een natuurlijke legering van goud en zilver. Dankzij de uitvinding van de toetssteen, waarmee de zuiverheid van goud en zilver kon worden vastgesteld, werden de munten al snel gesplitst in gouden en zilveren varianten. Omdat goud veel zeldzamer en daardoor waardevoller is, werd zilver gebruikt voor munten met een lage nominale waarde.

Alexander de Grote, Julius Caesar en keizer Augustus: alle grote heersers bouwden hun imperium op de fundering van een monetair systeem waarin de gouden munt centraal stond. Het in stand houden van de waarde van de eigen munt bleek van groot belang voor het behouden van de macht. Soldaten werden tevreden gehouden door hen een loon van gouden en zilveren munten in het vooruitzicht te stellen en na een gewonnen strijd uit te keren. Wanneer, door welke oorzaak ook, de waarde van de eigen munt werd uitgehold, kwam een rijk onder grote druk te staan. De monetaire ontwikkelingen binnen het Romeinse Rijk in de derde eeuw zijn daar een voorbeeld van. Er zijn sterke aanwijzingen dat het Romeinse Rijk mede ten onder is gegaan doordat de Romeinse munt steeds meer aan waarde verloor. Na het wegvallen van belangrijke inkomstenbronnen daalde de belangrijkste Romeinse munt tussen 238 en 284 na Christus aanzienlijk in waarde doordat het zilvergehalte steeds verder werd verlaagd. Niet geheel toevallig volgde daarop een economische crisis. Aanvankelijk bestonden Romeinse munten vrijwel geheel uit zilver, tussen 238 en 265 na Christus daalde het zilvergehalte in de munten met maar liefst 85%.


Afbeelding 1.1: Zilvergehalte Romeinse munt

In zijn nieuwste boek, De Big Reset: Gold Wars en het financiële eindspel, beschrijft Willem Middelkoop de historie en problemen van ons huidige financiële systeem en onthult hij hoe we over zullen gaan naar een nieuw systeem.