De komende tijd zullen we enkele stukken uit De Big Reset, het nieuwste boek van Willem Middelkoop publiceren. Deze week: Wat betekent "fractioneel bankieren"?
Het huidige geldsysteem wordt door monetaire economen beschreven als een ‘fractioneel reservesysteem’. Dit betekent dat een bank slechts een deel van het spaargeld (deposito’s) van haar klanten als beschikbare reserves aanhoudt. In de afgelopen honderd jaar is deze reserveratio bij banken teruggelopen van circa 30% tot slechts 3%. Hierdoor zijn banken zeer kwetsbaar geworden als er in tijden van crisis leningen niet meer kunnen worden terugbetaald. Deze moeten dan van het eigen vermogen (de reserves) worden afgestreept waardoor de bank al snel niet meer solvabel genoeg is. Dit proces overkwam veel banken tijdens de Lehmancrisis eind 2008.
Fractioneel bankieren vindt haar oorsprong aan het eind van de middeleeuwen, toen Italiaanse bankiers (meestal goudsmeden) waardebewijzen begonnen uit te geven aan klanten die gouden munten bij hen opsloegen. Deze bewijzen werden steeds meer gebruikt als een vorm van geld omdat ze worden gedekt door goud. Toen bankiers merkten dat de gouden munten nauwelijks bij de bank werden opgevraagd door klanten (de eerste spaarders), begonnen ze meer en meer waardebewijzen uit te geven. Deze waardebewijzen worden gezien als de eerste bankbiljetten.
Geldcreatie begint tegenwoordig bij de centrale bank. Door een paar nummers in te toetsen op de computer kunnen onbeperkte hoeveelheden geld worden gemaakt. Toen er in 2010 voor een documentaire over de kredietcrisis aan de Amerikaanse minister van financiën Geithner werd gevraagd waar de $700 miljard voor de redding van de Amerikaanse banken vandaan kwam antwoordde hij eerlijk: ‘We tikken een zeven en elf nullen in’.
Geld lenen creëert geld
Tegenwoordig worden veel bankreserves aangehouden als valuta of als deposito bij de eigen nationale centrale bank. Commerciële banken kunnen op basis hiervan weer nieuwe leningen afsluiten bij de centrale bank. Het geld van deze nieuwe lening wordt door de centrale bank gecreëerd uit het niets en wordt bijgeschreven op de rekening van de commerciële bank. De bank kan dit geld dan weer gebruiken om nieuwe leningen uit te geven of investeringen mee te financieren.Als op deze manier van fractioneel bankieren bijvoorbeeld 100 miljard wordt gecreëerd door centrale banken zal dit bedrag worden overgemaakt van de centrale bank naar een commerciële bank. Deze bank kan dan leningen uitgeven tot 90% van dit bedrag. Het bedrag van 90 miljard wordt dan bijvoorbeeld overgemaakt op de rekening van een andere commerciële bank en deze kan dan ook weer 90% van het ontvangen bedrag uitlenen, in dit geval dus 81 miljard. Dit proces kan blijven doorgaan tot de 100 miljard van de centrale bank ruim 900 miljard aan extra kredieten heeft opgeleverd. Dit is de theorie die wordt aangeduid met ‘fractioneel bankieren’.
In de praktijk proberen banken zo veel mogelijk geld uit te lenen en zelf zo goedkoop mogelijk te lenen. Zo verdienen ze immers het meeste geld aan het verschil in rente. Centrale banken kunnen wel liquiditeit (beschikbare geldhoeveelheid) voor banken in het systeem verhogen, maar nooit de solvabiliteit (de reserves oftewel het eigen vermogen) van banken verhogen. Door het verschil in korte en lange rente groter te maken kunnen centrale banken er wel voor zorgen dat banken meer winst op de leningen gaan maken, waardoor het eigen vermogen binnen enkele jaren kan worden versterkt.
In zijn nieuwste boek, De Big Reset: Gold Wars en het financiële eindspel, beschrijft Willem Middelkoop de historie en problemen van ons huidige financiële systeem en onthult hij hoe we over zullen gaan naar een nieuw systeem.