Het financiële beeld lijkt dan toch te verbeteren. Een groot handelsoverschot voor de Chinezen, positieve verassingen in Europa en een gigantische comeback voor wat betreft de Amerikaanse werkgelegenheid en niet te vergeten een cadeautje voor de hele wereldbevolking: de lage olieprijs.
Er zijn dan enkel een aantal indicatoren welke toch niet helemaal lekker in dit plaatje passen, te beginnen met de “fabrieksorders”. Deze indicator zegt veel over de toekomstige vraag van de consument. In onderstaande grafiek zijn een aantal patronen en trends af te lezen voor wat betreft deze fabrieksorders.
Goed te zien is dat in tijden van recessie deze orders hard naar beneden bewegen. Verontrustend is het feit dat huidige stand van zaken er nog slechter uit zien dan de recessie uit 2000-2002. Het is wel eens vaker voorgekomen dat fabrieksorders daalden zoals tijdens de Aziatische financiële crisis en een tijdelijke zwakte die we zagen in 2006. Maar de huidige ontwikkeling ziet er toch een stuk dramatischer uit.
Wanneer we het plaatje van de aanschaf van kapitaalgoederen erbij pakken, valt de situatie nog redelijk mee, maar een neerwaarde trend is hier duidelijk aanwezig. Dergelijke trends gingen voorheen vooraf aan diepe recessie.
Om de tegenstijdigheden met het officiële mooie weer verhaal nog even op te voeren, kijken we nog even naar de huishoudelijke inkomens, of beter gezegd, de ontwikkeling van hun koopkracht. Zonder extra inkomsten zullen Amerikanen meer moeten lenen om te kunnen blijven consumeren. Maar een Amerikaan die gemiddeld genomen meer in de schulden is gekomen, kan niet nog meer lenen dan is toegestaan. Ook verzuimen steeds meer Amerikaanse huishoudens hun lening af te betalen die ze hebben afgesloten voor bijvoorbeeld een auto, hun studie, credit cards, huizen en ga zo maar door. Voor het algehele plaatje ziet ook dit er niet rooskleurig uit.
In een sterke globale groei welke de overheidsstatistieken ons voorschotelen, zou je verwachten dat de niet enkel de inkomens omhoog gaan in nominale termen, maar ook in termen van reële koopkracht. Wie naar bovenstaande grafiek kijkt, ziet dat we in 15 jaar tijd bijna 4 procent hebben moeten inleveren. De reële koopkracht is hier gecorrigeerd met “officiële” inflatiecijfers. Dit cijfer is hier zwaar onderschat, want kijk even naar de enorm gestegen kosten voor gezondheidszorg en opleidingen welke nauwelijks invloed had op de ontwikkeling van het inflatiecijfer en zo zijn er nog wel een tal van factoren te noemen.
.....Verder hebben we het hier over een gemiddelde inkomstenontwikkeling waarvan de 10 procent rijksten een dermate gain op hun inkomsten hebben gegenereerd waardoor het plaatje van de overige 90 procent er wellicht nog dramatischer uit zou zien. In de wiskunde haalt men overigens de bovenste en onderste tien procent van een verzameling gegevens af om een waarheidsgetrouwer beeld te vormen. Het is maar net hoe men wilt dat de cijfers geïnterpreteerd wordt door het brede publiek.
Laten we het erop houden dat de officiële cijfers zijn bedoeld om de rol van goud uit het systeem weg te houden zodat China met de hierdoor veroorzaakte lage goudprijs haar goudvoorraad voor een zacht prijsje op niveau kan tillen. Wanneer deze taak is voltooit kan een big reset in gang gezet worden, want dat is waar het systeem uiteindelijk naartoe vaart.
Bron: zerohedge
