De Chinese devaluatie betekent voor de rest van de wereld deflatie en recessie. En dat is rechtstreeks het gevolg van de QE van de Fed. De monetaire verruiming liet de activaprijzen de lucht in vliegen, met name in opkomende markten. De wereld zag een grondstoffenbubbel en de schalie-olie hausse. Maar dat is nu allemaal voorbij, zo schrijft SocGen-strateeg Albert Edwards in zijn laatste commentaar:
De schoen wringt hem in China. Beleidsmakers hebben graag controle over het monetaire beleid, de betalingsbalans en de wisselkoers. Maar dat is onmogelijk. Van deze drie zaken kun je kiezen om bij twee aan de touwtjes te trekken, de derde is altijd een gevolg daarvan.

