De Europese Unie valt vanzelf uiteen, zonder Russische hulp: met dat sombere toekomstbeeld zette Vladimir Poetin begin oktober op de jaarlijkse bijeenkomst van de Valdai Club de Europese samenhang bij het grofvuil. Althans, zo konden zijn woorden worden opgevat. De aangeleverde analyse legt het onheil elders: niet bij een bewezen naderende Europese implosie, maar bij de mogelijkheid dat Russische diplomaten en inlichtingendiensten hun beoordelingen aanpassen aan wat zij denken dat de president wil horen. Dan wordt een losse uitspraak het fundament van beleid, met wensdenken als betonrot.

Poetin reageerde op de vraag of Rusland de EU niet beter zelf kon opbreken om gemakkelijker met afzonderlijke landen zaken te doen, gezien de Europese beperkingen op betrekkingen met Rusland. Volgens de auteur was de context duidelijk luchtig, maar behandelden sommige niet-Russische pro-Russische sympathisanten het antwoord als een ernstige voorspelling. Daar schuilt de bittere ironie: presidentiële woorden krijgen bij deze achterban de status van openbaring wanneer ze aansluiten bij bestaande verwachtingen. Uitspraken die daar niet bij passen, worden volgens de analyse juist wegverklaard als strategische misleiding. Zo blijft iedere overtuiging overeind, terwijl de werkelijkheid buiten in de regen staat.
De auteur plaatst Poetins optreden in de bredere confrontatie tussen Rusland en het Westen rond Oekraïne, die hij als een proxy-oorlog omschrijft. Hij contrasteert die met de economische systeemuitdaging vanuit China, waarvan de onderlinge financiële verwevenheid en toeleveringsketens met het Westen volgens hem de confrontatieruimte begrenzen. Poetins publieke taal moet in die lezing ook als strategische communicatie worden gewogen: buitenlandse regeringen en samenlevingen luisteren mee. Dat maakt zijn uitspraak nog geen leugen, maar evenmin een betrouwbare inkijk in zijn overtuigingen. In deze diplomatieke schemering blijft onzeker hoeveel geloof hij zelf aan Europese desintegratie hecht en hoeveel effect hij met zijn woorden beoogt.
Het zwaarste risico ligt volgens de analyse achter de deuren van de Russische beleidsvorming. Als het ministerie van Buitenlandse Zaken en de inlichtingendiensten een vermeend presidentieel wereldbeeld gaan bevestigen, kunnen hun rapportages veranderen in een treurige spiegelzaal. De auteur waarschuwt dat beleid op basis van een verondersteld onvermijdelijke EU-instorting kansen kan verspelen en Russische belangen kan schaden. Dat is een scenario, geen vastgestelde uitkomst; de tekst toont niet aan dat diensten hun beoordelingen daadwerkelijk hebben vervormd. Des te wranger is de tegenstelling met Poetins eigen oproep tijdens Valdai om wensdenken los te laten en realistische beoordelingen te maken. Juist die nuchterheid zou moeten voorkomen dat Moskou zijn Europese koers uitzet op een ondergang die nog allerminst vaststaat.

