Afgelopen vrijdag 1 maart was het dan zover in de VS: de al twee jaar geleden afgesproken besparingen en belastingverhogingen, vooreerst ten belope van 85 miljard dollar maar allengs stijgend tot 1200 miljard dollar over de komende negen jaar, zijn ingegaan. Hoezeer beide grote partijen, republikeinen en democraten, ook geprobeerd hebben om deze deus ex machina af te wenden, het is niet gelukt. Nu zijn besparingen in se wel positief, zeker voor een met schulden overladen economie als de Amerikaanse; alleen: ze moesten al veel vlugger zijn ingevoerd. Nu én besparingen én belastingverhogingen, tegelijkertijd en voor zulke aanzienlijke bedragen toepassen op een economie die zich nog net drijvend kan houden... het is vragen om ongelukken.

Om terug te komen op de titel van dit artikel: sinds 1 januari 2013 heeft de Amerikaanse staat inderdaad geen geld meer; ze houdt het al twee maanden uit met schuiven en schipperen met fondsen en middelen in de hoop... tja, welke hoop eigenlijk? Aan de ene kant geen dollars meer in de schatkist, aan de andere kant eigenlijk zoveel dollars als je je maar kunt voorstellen – vermits je zelf aan de drukpers zit. Het is een érg rare situatie...

Nog vreemder is dat noch de Amerikaanse beurs, noch de dollarmunt, zich van dit alles ook maar iets schijnt aan te trekken: de plaatselijke aandelenindexen staan op een hoogtepunt en de Amerikaanse dollar is de laatste maanden ook flink verstevigd. Wie kan hier nog wijs uit raken? In H.I. Maart toonde ik met een artikel nog aan dat de overheden, in Amerika maar bv ook in Japan, gewoon zelf aandelen inkopen om de indexen hoog te houden, om de burgers een feel good gevoel te geven, om ze aldus terug aan het spenderen te krijgen. It's a rotten world, niets is nog wat het lijkt, een faire waarde trachten te kleven op een aandeel kan dus niet meer...

En dat terwijl aan beide zijden van de Atlantische Oceaan (maar eigenlijk aan élke mogelijke oceaan!) valutaoorlogen woeden waarbij alle belangrijke spelers de eigen munt maar zo laag mogelijk willen krijgen. Verkocht moet er worden, uitgevoerd, en dat gaat best met een munt die niet veel waard is. Wat even goed gaat – tot alle concurrenten natuurlijk hetzelfde beginnen doen.

Bij een dergelijke, verwrongen economische, financiële en monetaire stand van zaken zou je kunnen verwachten dat het échte geld, dat wat niet kan bijgedrukt worden, niet bijverzonnen, ondertussen torenhoog staat. Maar niets is minder waar; met een goudkoers van nog geen 1600 dollar terwijl die eerder op 1900 dollar zou moeten staan. Zou moeten! Maar goud lijkt wel out dezer dagen, de goldbugs zijn in hibernatie gegaan, met vervroegd pensioen of misschien hebben ze wel de ultieme uitweg van de zelfmoord gezocht. De hele situatie is vreemd, ongewoon, onverklaarbaar, onbegrijpelijk, eng en verwarrend. Onder welke steen moet een financieel schrijver nog moed gaan zoeken, voor zichzelf en vooral om door te geven aan zijn publiek...?

Als enige lichtpuntje (ja, er is er toch één!) zie ik het moment dat China publiek meedeelt hoeveel goud het gekocht heeft in de afgelopen jaren. Zij doet dit inderdaad steeds zeer lang na de eigenlijke aankopen om de markt niet te verstoren, lees: de prijs niet op te drijven. Haar laatste update dateert alweer van 2009 dus het begint stilaan tijd te worden. Iets dergelijks hebben we nodig om de huidige goudprijs flink hoger te zetten en hopelijk daarmee een einde te maken aan de malaise...