Butaanprijzen schieten naar niveaus die Noordwest-Europa in dertig jaar niet heeft gezien: begin november kost levering in die maand 1.125 dollar per ton. Zelfs de pieken na de Russische invasie van Oekraïne zijn gepasseerd. Ook elders loopt de rekening hard op. De Aziatische AFEI-index noteerde op 3 november 1.180 dollar per ton; de Amerikaanse Belvieu-prijs bereikte met 920 dollar het hoogste niveau in veertien jaar. Achter die prijsexplosie zit meer dan winterkou. Verstoorde handelsstromen, industriële vraag en beperkingen bij Amerikaanse uitvoer maken dezelfde brandstof op verschillende continenten tegelijk schaars.

AI-illustratie

De grootste verschuiving volgde volgens de bron op het uitbreken van de Amerikaans-Iraanse oorlog in maart. Voorheen leverden de Verenigde Staten ongeveer 45–50% van de wereldwijde LPG-export, tegenover 30–35% voor het Midden-Oosten. Daarna zakte het aandeel van de Golfstaten naar 11% en steeg dat van de VS naar 65%. Azië trok veel vervangende Amerikaanse ladingen aan, ten koste van onder meer Europa. Hoewel de leveringen uit de Golf inmiddels gedeeltelijk herstellen, blijft de afhankelijkheid groot. In oktober ontving het havengebied Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen slechts 130.000 ton butaan: een meerjarig dieptepunt en 34% minder dan een jaar eerder.

Maar meer Amerikaanse LPG betekent niet automatisch genoeg butaan. Amerikaanse export bestaat voor ongeveer driekwart uit propaan en voor een kwart uit butaan. India en veel andere Aziatische landen hebben voor kookgas juist een mengsel nodig dat dichter bij half om half ligt. Die samenstelling maakt vervanging lastig. India, bij het uitbreken van de crisis voor circa 87% van zijn LPG-invoer afhankelijk van de Golf, zag de import tussen februari en maart met ruim 40% dalen. Raffinaderijen moesten daarop meer LPG produceren en huishoudens voorrang geven. China voert de vraag vanuit een andere hoek op: vijf nieuwe fabrieken voor benzinetoevoeging MTBE voegden in 2025 samen 3,4 miljoen ton jaarcapaciteit toe. Export van die toevoeging kan de Chinese butaanvraag ondersteunen, ook bij zwakke binnenlandse benzineconsumptie.

Daarbovenop komt de wintervraag in Europa en Amerika. Raffinaderijen mengen dan meer butaan door benzine om verdamping en koude starts te ondersteunen. Amerikaanse uitvoer daalde van een record van 2,4 miljoen ton in mei naar 1,55 miljoen ton in oktober. Daarvan ging 54% naar Azië en slechts ongeveer 7% naar Europa. Storingen bij twee Amerikaanse exportlocaties beperkten de beschikbaarheid verder. Tegelijk wringt de handelsrekening: 920 dollar per ton aan Amerikaanse butaan plus ongeveer 320 dollar vracht naar India brengt de geleverde kostprijs op 1.240 dollar. Bij de beschreven prijsverhoudingen zijn extra verschepingen naar Azië commercieel onaantrekkelijk.

Verlichting moet dus ergens vandaan komen: lagere Amerikaanse prijzen, goedkoper vervoer, hogere Aziatische prijzen of meer aanbod uit de Golf. Geen daarvan is vanzelfsprekend. De wintervraag bemoeilijkt een Amerikaanse prijsdaling; verdere Aziatische prijsstijgingen belasten importeurs nog zwaarder. Herstel van Golfleveringen kan Amerikaanse volumes vrijmaken voor Europa, maar blijft afhankelijk van veilige scheepvaart door de Straat van Hormuz. Nieuwe escalatie zou de concurrentie om beschikbare ladingen opnieuw verscherpen. Amerika blijft de voor de hand liggende vervanger, maar kan het tekort niet onbeperkt aanvullen tegen prijzen die afnemers gemakkelijk kunnen dragen.