Centrale banken hebben in het derde kwartaal 321 ton goud gekocht, 42 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat meldt de World Gold Council (WGC), de brancheorganisatie die wordt gefinancierd door grote goudmijnbedrijven. Het was het hoogste kwartaaltotaal sinds eind 2024 en lag boven het vijfjarige kwartaalgemiddelde van 227 ton. De Chinese centrale bank was de grootste koper, gevolgd door de Poolse centrale bank. Sinds het begin van het jaar kochten centrale banken en andere officiële instellingen samen 675 ton, een stijging van 6 procent. De WGC verhoogde daarop zijn raming voor 2026: de organisatie verwacht nu minstens evenveel aankopen als de 848 ton van vorig jaar.

Volgens de WGC werden de aankopen vooral ingegeven door spreiding van reserves en risicobeheer. Daarmee bleef de officiële sector een belangrijke bron van goudvraag, aldus marktanalist Louise Street in een verklaring van 3 november. De totale goudvraag daalde niettemin met 1 procent tot 1.369 ton. De vraag naar baren en munten nam met 19 procent af tot 268 ton, terwijl de sieradenvraag met 17 procent terugliep. Volgens de organisatie wachtten particuliere beleggers op meer duidelijkheid over de prijsrichting. De goudprijs bedroeg in het kwartaal gemiddeld 4.262 dollar per troy ounce. De vraag vanuit elektronica en technologie steeg met respectievelijk 5 en 3 procent.
Bij fysiek gedekte goud-ETF’s was juist sprake van hernieuwde instroom na de ontwikkeling in het tweede kwartaal. Deze fondsen trokken 211 ton goud aan, waarmee hun gezamenlijke bezit een record van 4.256 ton bereikte. De instroom bedroeg een recordbedrag van 31 miljard dollar. Street schrijft de institutionele belangstelling toe aan geopolitieke risico’s en zorgen over begrotingsdiscipline. Aan de aanbodkant rapporteerde de WGC een daling van 1 procent tot 1.369 ton. De mijnproductie groeide met 3 procent tot een record voor een derde kwartaal van 1.071 ton, terwijl recycling met 8 procent afnam tot 314 ton.
De sterkere aankopen door centrale banken gingen niet gepaard met een aanhoudende prijsstijging. Op 3 november noteerde goud op COMEX onder 4.000 dollar per troy ounce, tegenover een intradayrecord van ruim 5.600 dollar in januari. Voor het verdere prijsverloop noemt de bron rente, inflatie en de dollar als belangrijke factoren. Een hogere rente vergroot de gemiste rente-inkomsten bij het aanhouden van goud, dat zelf geen rente oplevert. Hardnekkige inflatie kan bovendien aanleiding zijn voor een strenger beleid van de Federal Reserve. Een sterkere dollar maakt goud vervolgens duurder voor kopers met andere valuta.
Ook de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen kunnen volgens Ross Maxwell, hoofdstrateeg bij VT Markets, de goudprijs beïnvloeden. Een verdeeld Congres zou steun kunnen bieden als verwachtingen van minder begrotingsverruiming leiden tot lagere obligatierentes en een zwakkere dollar. Dat is een scenario, geen vaststaand gevolg. Maxwell waarschuwt daarnaast dat aanhoudende inflatie en een restrictieve Federal Reserve de reële rente hoog kunnen houden en een prijsherstel kunnen beperken. De toegenomen vraag van centrale banken staat daarmee naast onzekerheid over de verdere rente- en prijsontwikkeling.

