Meer dan honderd jaar lang hebben we kunnen genieten van voortdurend dalende brandstofkosten. De kosten van winning, transport en raffinage daalden, waardoor de olieprijs eveneens afnam. Omdat mede daardoor onze welvaart steeg, werden de brandstoffen nóg beter betaalbaar. Daardoor kon ons autogebruik zeer sterk toenemen. Sinds 1960 vond hierin vertienvoudiging plaats. Door de toegenomen welvaart en goedkope autokosten, kwam de auto binnen bereik van steeds lagere inkomensgroepen. Rond 1985 had nog geen dertig procent van de mensen met een laag inkomen een auto. Twintig jaar later lag het cijfer op ruim vijftig procent. Daarnaast nam ook het bezit van een tweede auto in de huishoudens toe, van minder dan tien procent midden jaren tachtig tot ruim een kwart van de huishoudens nu.

