In 2006 bevond een kwart van de 500-eurobiljetten zich in Spanje, een land met een economie die in die tijd goed was voor amper 11% van het bbp van de eurozone. De duidelijkste aanwijzing voor het bestaan van een grote ondergrondse economie, wisten economen. Het – ondertussen door de ECB opgezegde biljet van 500 euro – werd in het land in de volksmond ‘een Bin Laden’ genoemd, omdat iedereen wist dat ze bestonden, maar er nooit een gezien had. Ook in de VS lijkt nu een nieuwe ‘Bin Laden’ te worden geboren, met name de belastingaangifte van Donald Trump. Die laatste kwam deze week opnieuw in opspraak na zijn zoveelste weigering om ze vrij te geven. Doet hij dat niet dan wordt hij de eerste presidentskandidaat sinds Gerald Ford in 1976 die zijn aangifte niet voor de verkiezingen vrijgeeft.
