De oudste munten gevonden tot heden dateren van ongeveer 770 voor Christus in China. Dit waren kleine ronde munten met een vierkant gat er in waar je een touw doorheen kon halen om zo de munten samen te voegen tot hogere waarden. Normaal gesproken werden er 10 secties van 100 munten op één string of touw gehangen, dit was ongeveer gelijk aan een ounce (kleine 30 gram) zilver. Deze munten werden ‘cash’ genoemd. Dit is echter niet waar de het huidige Engelse woord voor cash zijn oorsprong vind. Het Chinese karacter gebruikt voor deze valuta, 文 (PinYin/WEN) betekend letterlijk ‘cultuur’ in het huidige Chinees.

Naast deze munten werden er voorwerpen zoals messen en spades, uit brons gegoten, met speciale karakters erop afgebeeld die hun waarde hadden als valuta. Dit werd mes en spadegeld genoemd.

Pas laat in de 19de eeuw begon de Chinse overheid de Yuan te produceren in eenheden van 1, 5, 10, 50, 100, 500 en 1000 WEN. In 1889 werd deze munt gelijkgesteld aan de Mexicaanse Peso, die op grote schaal verspreid werd, een paar honderd jaar eerder, in de 17de eeuw, door de Spaanse aanwezigheid in het zuidoosten van Azie. Het werd onderverdeeld in 1000 Wen, 100 fen en 10 jiǎo. Al snel volgde er bankbiljetten in coupures van 1, 2 en 5 jiǎo en 1, 2, 5, 10 50 en 100 Yuan.

Tijdens de jaren 30 ontstond er een nieuwe valuta als gevolg van de binnenvallende Japanners tijdens de oorlog. De bezetter verdeelde de munten in li (1/1000ste yuan), fen, jiao en yuan. De uitgifte werd beperkt to vier nationale banken, door de overheid gecontroleerd, en de circulatie van zilveren munten en zilver als prive eigendom werd verboden.

Na de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende burgeroorlog onderging China een hyperinflatie. Als maatregel werd de gouden yuan ingevoerd in 1948, die intussen al gelijkwaardig was aan 3 miljoen oude yuan. Omdat er geen verband was tussen de gouden yuan en het edelmetaal goud, kreeg deze munt ook al snel last van hyperinflatie. In 1949 werd de zilveren yuan ingevoerd, die gelijkstond aan 500 miljoen gouden yuan. Tot de dag van vandaag gebruikt men nog steeds de yuan, ook wel renminbi (geld van he volk) genoemd.

Er gaan momenteel ongeveer 8 yuan in een euro.