De eerste munten uit het westerse gedeelte van de wereld komen uit Lydie, ook wel Klein Azië genoemd, het Aziatische gedeelte van Turkije, en dateren uit 700 v. Chr. Deze munten waren gemaakt van druppels elektrum, een legering van hoofdzakelijk goud en zilver. Eerst werden er afbeeldingen – vaak van een invloedrijk persoon - aan één zijde en stempels of een teken of tekens aan de andere zijde nog geslagen of geklopt, later werd dit geperst in een matrijs. Hier vind je de oorsprong van huidige kop en munt geldeenheden die we nu kennen. Onder koning Kroisos werd een munthervorming ingevoerd, gouden en zilveren ‘staters’, dikke munten beiden met een gewicht van ruim 8 gram. Soldaten werden hiermee betaald en het handelsverkeer werd hiermee vergemakkelijkt. Lydie werd echter in de 6de eeuw v. Chr. veroverd door de Achaemeniden, onder leiding van koning Darius I. Hij nam dit gebruik over en hernoemde deze tot Dariek en nam deze terug naar het Persiche rijk in het oosten. Dit gebruik had ook in Griekenland zijn invloed. Halverwege de 6de eeuw v. Chr. Werd de Drachme ingevoerde en werd al snel het populairste handelsmiddel rond de middelandse zee.
Afbeelding 1.1: De Lydische gouden stater
De Islamitische Seltsjoeken, een oud Turks volk uit Anatolië (klein Azië) raakte in de 13de eeuw in conflict met het ‘Christelijke’ Byzantijnse Rijk. Dit conflict leidde tot een reeks oorlogen die er weer toe leidde dat de Byzantijnse macht werd afgedaan en het Seltsjoekse rijk verviel en het zo mogelijk maakte voor vele Turkse volken om zich hier te vestigen. Na het verval werden deze volken opgedeeld in vele Beyliks, waarvan in 1280 de Osman Beylik aan de macht kwam onder leiding van Osman I. Hij voerde de akçe (uitspraak : Aktsje) in, een zilveren munt van 2,9 gram. Mehmet II (Mehmet de veroveraar, een bijnaam dankende aan de verovering van Constantinopel) voerde in 1554 een tweede munt in, de altın, die ongeveer 60 akçes waard was. In het begin van de 18de eeuw werd onder Ahmet III weer een nieuwe munt ingevoerd, de para, met een waarde van 3 akçe en ook de kuruş, die een waarde had van 120 akçe, in Europa bekend als de paister. Door inflatie bevatte op een gegeven moment de akçe nog maar 0.01 gram zilver en men stopte met het maken van deze munt begin 19de eeuw.
In combinatie met Britse kapitalen, Franse banken en de Ottomaanse regering werd in 1856 De Ottomaanse Bank opgericht in Istanbul. De bank fungeerde als centrale bank en begon met het printen van de eerste bankbiljetten, van 5 tot 5000 kuruş. In de jaren 70 van de 19de eeuw wisselde dit naar de eerste Turske Lira. Ook de munten werden vervangen door de zilveren Lira.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog liet Turkije de gouden standaard vallen wegens economische problem. In 1920 was de gouden lira ongeveer 9 papieren lira waard.
De inflatie die onstond tussen 1970 en 1990 door het overvloedig printen van bankbiljetten om buitenlandse staatsschulden af te betalen, leidde tot een drastiche devalualisatie van de Turkse Lira en de overheid moest maatregelen nemen. Er werd een nieuwe Turkse Lira ingevoerd in 2005. De nieuwe Lira was 1.000.000 oude Lira waard.
Turkije is al jarenlang in moeizame onderhandeling tot het toetreden in de Europese Unie. Momenteel zijn ze kandidaat-lid van de EU. Zal Turkije toetreden tot de EU, dan zal Turkije ook de Euromunten gaan gebruiken.
