In die tijd was er nog sprake van een termijnmarkt in Brussel en dat bood ongekende mogelijkheden voor speculanten. Gekochte aandelen moesten namelijk pas op het einde van de termijn verrekend worden. Het leuke aan de hele zaak was dat die termijn ongeveer 14 dagen besloeg.
[...]
Destijds was een stijging van de goudprijs eigenlijk makkelijk te voorspellen. De goudmarkt liep namelijk een stuk achter op de fysieke markt voor goud. Eerst kwamen de koersen van de goudmijnaandelen in beweging, een tijdje later gevolgd door het goud zelf. De goudmijnaandelen hadden dus een voorspellende waarde.
In de afgelopen jaren was dat echter anders, eigenlijk deed zich het omgekeerde. De koersen van de goudmijnaandelen daalden namelijk sneller dan de prijs van het goud zelf. In zekere zin konden we op basis van de evolutie van de koers van de goudmijnaandelen inderdaad de dalende trend voorspellen.

