Na de geschiedenis van Babylon wil ik u nog eens kennis laten maken met een meer opmerkelijke publicatie van dezelfde schrijver.

Deze keer neem ik u mee naar jaar 2001, waarin hij het volgende schreef en wat, zo het zich laat aanzien, vandaag of morgen zo maar weer kan gebeuren:

Wanneer we de afgelopen 6000 jaar van monetaire geschiedenis onderzoeken, dan lijkt het wel alsof er een aantal zeer duidelijke Monetaire Constanten opduiken. Deze zelfde constanten komen keer op keer terug en hebben niets te maken met een bepaald koning- of keizerrijk, specifieke heerser of sociale structuur uit die tijden. En hoewel er meerdere van dit soort constanten te vinden zijn, zijn er slechts drie belangrijk voor onze reis door de geschiedenis naar het heden.

  1. Geld is het resultaat van het functioneren van de vrije markt. Net zo lang als de mensheid zijn goederen en diensten verhandelde op de markt, is geld (ofwel een uitruilmiddel) ontstaan als gevolg van dit vrije markt proces. Bijna zonder uitzondering zijn altijd goud en zilver verschenen als ‘vrije markt geld’ keuze. Geen enkele andere vorm van geld heeft ooit zo goed of zo lange tijd gefunctioneerd als deze twee edelmetalen. Goud, gereserveerd voor grotere transacties en de internationale handel. Zilver, het geld voor de alledaagse handel. Zij zijn op natuurlijke manier ontstaan en niet als gevolg van een of ander regeringsvoorschrift of decreet van een heerse. 
  2. Regeringen hebben altijd geïntervenieerd. Zo lang als er geld bestaat hebben heersers of regeringen uit die tijd zich altijd met de gang van zaken willen bemoeien en raakten daarbij diep betrokken in dit vrije markt proces, in hun pogingen het te controleren, manipuleren en uiteindelijk het geld te ontwaarden door middel van het besturen van het proces van uitgifte. Vaak zien we dat de heersers uit die tijd nauw samenwerkten met de geldwisselaars of bankiers om dit doel te bereiken. Uiteindelijk heeft deze regeringsinterventie tot de ondergang van heel machtige keizerrijken en economieën geleid met dit door de regeringen uitgegeven en gecontroleerde geld.
  3. De vrije markt wint altijd. Uiteindelijk wint dit vrije markt proces het altijd van het proces van regeringsinterventie. Als regeringsinterventie en regulatie van de markt en het geld eventueel faalt, zal de vrije markt opnieuw ontstaan, hetgeen leidt tot het ‘vrije markt’ goud- en zilvergeld.

Door de eeuwen heen, terwijl geld zelf en de methoden van regeringsinterventies veranderden en eigenlijk steeds verder gekunsteld werden, hebben deze onwrikbare wetten van de vrije markt zich niet veranderd.

In de afgelopen maanden (we schrijven dit in 2001), wat grotendeels te danken is aan het werk van GATA, wordt er weer gespeculeerd over of er heimelijke manipulatie in de goudmarkt plaatsvindt. Het is het gesprek van de dag onder de "goldbugs" en contraire beleggers.

Gezien in het licht van dit bijna overweldigende bewijs, zal het voor velen nog steeds moeilijk te accepteren zijn, dat de mogelijkheid bestaat dat machtige centrale banken en andere financiële instituten de prijs van het goud te onderdrukken. Zij zien dit als vergezocht en extreem.

Maar men hoeft zich alleen tot de geschiedenis te wenden om te zien dat er verschillende voorbeelden zijn van dat soort vruchteloze pogingen van regeringsinterventies in de goudmarkt in de afgelopen decennia, waaronder de verkopen van goud van de US Treasury in de midden 70-er jaren en nog het meest opvallend, de London Gold Pool uit de zestiger jaren. Net zoals alle andere keren in de geschiedenis werd deze regeringsinterventie gemotiveerd door een monetaire aangelegenheid, nl. het ondersteunen en beschermen van ’s werelds reserve valuta, de US dollar.

London Gold Market

Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw genoot London de elitepositie om ‘s werelds belangrijkste goudmarkt te zijn. Sinds het begin van die eeuw werd praktisch alle goud van Zuid-Afrika’s goud productie naar London verscheept om te verkopen. Maar ook Rhodesisch, Ghanees en zelfs grote hoeveelheden uit de Russische goudproductie vonden hun weg naar de Londonse markt. In feite tot aan de Goud Crisis van 1968 passeerde bijna 80% van al het nieuw gedolven goud fysiek via London.

Iedere ochtend waren alle ogen ter wereld gericht op London om de London Gold Fix af te wachten, een dagelijks ritueel dat in mysterie gehuld was sinds de in gebruikstelling in september 1919. Het duurde trouwens tot 1968 dat er ook een 3 p.m. "afternoon Gold Fix" werd geïntroduceerd, die dan samenviel met de opening van de Amerikaanse markten. En wat heel interessant is om op te merken is dat vanaf de na-oorlogse jaren tot ver in de zestiger jaren, de dagelijkse goudprijs zich zelden buiten de 20 cent trading range tussen $35 - $35,20 begaf. In deze tijd haalde een dagelijkse beweging van slechts 2 cent al de krantenkoppen.

Het US Dollar tijdperk

In 1944, tijdens de Bretton Woods Conferentie werd afgesproken dat de US dollar zich als ’s werelds reserve valuta zou opwerpen. En onder Bretton Woods werden de valuta’s van de landen gekoppeld aan de dollar, die op zijn beurt weer gekoppeld werd aan goud tegen $35.20 dollar per ounce. Door deze afspraken onder het Bretton Woods Akkoord was het buitenlandse centrale banken en regeringen toegestaan om US dollars om te wisselen in fysiek goud tegen een prijs van $35.20 per ounce.

In de begin van de 50er jaren was er internationaal gezien een tekort aan dollars. Maar met het verstrijken der jaren begon de US steeds grotere dollarbedragen overzee te sturen om hun steeds verder oplopende handelstekorten met de rest van de wereld te vereffenen. Na verloop van tijd begon de stortvloed aan dollars de goudreserves van de US te bedreigen. En aan het eind van de 50er jaren begonnen de US goudreserves, die hun top bereikten in 1949, snel af te nemen. De vraag naar goud was gedurende die periode enorm toegenomen en wel in het bijzonder bij iedere zo aangevoelde crisis.

$40 Goud

Daarom werd de Londonse goudprijs van essentieel belang voor de US goudreserves. Als het prijsniveau op $35,20 gehouden zou kunnen worden, zou het goedkoper zijn om goud via London te kopen dan elders, waar verscheping en verzekering zeker een 20 cent meer zouden kosten.

Eind 1960 was het verkiezingstijd in de US. Er was bezorgdheid en er werd gespeculeerd of de nieuwe president iets zou ondernemen ten aanzien van het oplossen van de tekorten en er werd zelfs gedacht aan een devaluatie van de US dollar. Als reactie op deze onzekerheid brak er op een oktober namiddag paniek uit en zag goud een dramatische prijsverhoging tot meer dan $40 per ounce. Er werd tussen de Bank of England en de US Federal Reserve die nacht overeenstemming bereikt dat de Bank of England een aanzienlijke hoeveelheid goud ter beschikking zou stellen, om de prijs weer naar beneden te krijgen en te stabiliseren.