Hoe zou het meest simpele goud standaard systeem voor hedendaags gebruik eruit kunnen zien? "Gouden munten!" is dan vaak het antwoord gelijk. Wel... nou, nee. De kleinste praktische gouden munt heeft al gauw een gewicht van een tiende troy ounce. Dat zou bij de huidige koers zo’n $ 160 waard zijn. Kijk dan ook eens naar het aantal $100 biljetten die in de dagelijkse transacties omgaan. Dat zijn er niet zoveel, nietwaar? Dit is niet omdat je deze biljetten niet mag gebruiken. Je kunt naar een willekeurige bank gaan en er zoveel wisselen als je maar wilt. Bijna niemand gebruikt ze, omdat ze onhandig zijn: dat is de reden.
Zelfs als je zo’n gouden munt zou invoeren, wat zou je dan gebruiken voor de lagere waarden? Goud greinen? (1 troy ounce = 480 grein) Dat ligt niet erg voor de hand, is het wel?
Historisch gezien werd dit probleem overwonnen door het gebruik van zilveren munten. De zilver/goud ratio was in het verleden daarvoor stabiel genoeg over langere tijdspannes. In feite zou je munten kunnen gebruiken tot een zilvergewicht van ongeveer 0.07 oz., zoals bijv. de US silver dime. Gedurende het grootste deel van de 19e eeuw had zilver een waarde van ongeveer 16: 1 vergeleken met goud. Als we hiermee rekenen zou een ounce zilver vandaag ongeveer $ 100 waard zijn met deze 16:1 ratio. De silver dime zou dan waard zijn 0.07x$ 100 ofwel $ 7. Zelfs dit is nog steeds een te hoog getal, vandaar dat nikkel en koper in roulatie kwamen en nog zijn.
Het gebruik van metalen munten is nooit zo simpel geweest als de mensen vandaag de dag graag willen denken. Munten slijten door hun veelvuldig gebruik, of werden met opzet geknipt. Daarom werden zij vaak onder hun aangegeven muntwaarde verhandeld. Hoe zou u ermee omgaan als iedere munt een verschillende waarde zou vertegenwoordigen? In de praktijk werkt dit toch wel enigszins omslachtig.
Dit soort problemen werden perfect opgelost met het in gebruik nemen van papiergeld. Het was niet langer noodzakelijk om zilveren munten te gebruiken, waarvan de waarde slechts een weinig af kon wijken van goud. En ook het probleem van slijtage en knippen behoorde tot het verleden. Ieder papieren biljet had exact dezelfde waarde als alle anderen en ieder biljet was inwisselbaar voor goud.
En met deze invoering van papiergeld, inwisselbaar voor goud, verviel ook gelijk de rol van zilver in het monetaire stelsel. Dit alles vond plaats in de 1870’s in de USA, en vanaf die tijd begon de waarde van zilver t.o.v. goud behoorlijk te af te wijken. Het was niet langer zo dat zilver nog gebruikt kon worden als goud-voor-kleine-waarden substituut.
Hiermee tonen we dus aan dat het simpelste praktische system eigenlijk papiergeld is, maar de waarde van het biljet moet dan wel aan een bepaalde hoeveelheid goud verbonden zijn.
Een 100% reserve systeem, waarbij ieder bankbiljet volledig door goud gedekt is, zou voor belangrijke munteenheden als dollar, euro of yen niet werken. Er is te weinig geregistreerd goud bij de centrale banken wordt er gezegd. Maar het zou wel kunnen werken voor een klein land, waarvan de goud reserve niets te betekenen heeft in relatie tot de totale geregistreerde voorraad goud.
Laten we eens een voorbeeld uitwerken met een fictief land, Bolaire. Bolaire’s centrale bank heeft een totale geld hoeveelheid van 575 miljoen Bolaire dollars, waarde ongeveer $ 287 miljoen (U.S.), omgerekend 179.000 ounces goud. De huidige marktprijs is ca. 3.200 Bolaire dollars per ounce goud.
De centrale bank heeft eenzelfde hoeveelheid aan deviezen (bijv. buitenlandse staatsobligaties). Om tot een 100% bullion reserve goud standaard systeem te komen, moet de centrale bank deze buitenlandse staatsobligaties verkopen en daarvoor bullion goud terugkopen. Netto kosten: nihil.
Nu heeft de centrale bank dus 575 miljoen Bolaire dollars in omloop en 179.000 ounces goud als reserve. Er zijn natuurlijk vele opties mogelijk, maar laten we voorlopig de Bolaire dollar aan goud koppelen tegen een koers van B$ 3.200/oz. Verder nemen we aan dat de centrale bank zowel goud inkoopt als verkoopt tegen deze prijs (in de praktijk zal het natuurlijk voorkomen dat er een kleine bied/laat spread van bijv. zo’n 2% bestaat).
De rol van de centrale bank bestaat alleen maar uit het wisselen van goud naar Bolaire dollars en omgekeerd. Net zoals je naar een bank kunt stappen waarbij je 100 pennies voor een dollar wisselt of een 20 dollar biljet wisselt in 20 1-dollar biljetten. Als je hen dus 1 ounce goud geeft, krijg je dus 3.200 Bolaire dollars. En als je hen 3.200 Bolaire dollars geeft, krijg je 1 ounce goud.
Laten we aannemen dat je 1 ounce goud naar de centrale bank brengt en omwisselt tegen 3.200 Bolaire dollars. Waarom zou je dat doen? Wel omdat die B$ 3.200 in bankbiljetten makkelijker bij het uitgeven is dan 1 ounce goud. Je kunt er bijv. koffie voor kopen, of een brood. Bij de centrale bank gebeurt het volgende: de balans van de centrale bank neemt toe met 1 ounce goud aan de debet zijde, en neemt ook toe met B$3.200 aan de creditzijde. De geldhoeveelheid in omloop neemt toe met B$3.200. Dit is een automatisch proces in gang gezet door de mensen die komen wisselen. Hier komt geen hogere monetaire politiek aan te pas.
Uiteraard kun je deze gang van zaken ook omdraaien. Je komt bij de centrale bank met B$ 3.200 en wisselt die om tegen 1 ounce goud. Waarom je dit zou doen? Wel, vanwege dezelfde reden waarom je een zak met muntjes zou omwisselen tegen bankbiljetten. In dit geval neemt de debetzijde van de balans af met 1 ounce goud en de creditzijde met B$ 3.200, ofwel de geldhoeveelheid in omloop neemt af met B$ 3.200.
In het uiterste geval wanneer de mensen alle dollars omwisselen in goud bij de centrale bank, dan neemt de goudvoorraad af tot 0 ounces. Er zijn dus geen bezittingen meer en op dat moment zijn zowel de debet- als creditzijde 0 en zou het systeem ophouden te bestaan.
Hieruit kunnen we zien dat er geen limiet is aan hoever de balans kan expanderen, zolang er alleen maar gewisseld wordt. Bijvoorbeeld: de aan goud gelinkte Bolaire dollar kon in andere landen wel eens heel populair worden. De redenatie hiervoor zou als volgt kunnen zijn: laten we zien af te komen van onze eigen munt en die omwisselen voor de goud-gelinkte Bolaire dollars.
In hun eigen munteenheden kopen ze dan eerst goud en wisselen dat bij de centrale bank van Bolaire om in Bolaire dollars. Op dat moment zal het balanstotaal enorm groeien, misschien wel 10 of 20 keer, als de toevloed van buitenlands goud wordt omgezet in Bolaire dollars. De Bolaire dollar zal dan grote kans maken een internationale munt worden.
We begonnen met 179.000 ounces goud in de kluis en 179.000 x 3.200 ofwel 575 miljoen Bolaire dollars in omloop. Nadat onze munt populair geworden is, zou het zomaar kunnen dat we een balanstotaal krijgen van 2.375.000 ounces goud als bezit, en 2.375.000 x 3.200 ofwel 7.6 miljard Bolaire dollars als schuld.
Hier zien we dat een goud standaard systeem niet noodzakelijkerwijs de geldhoeveelheid in omloop limiteert. Als een munt populair wordt, kan de geldhoeveelheid vele malen toenemen, maar zijn waarde blijft gelinkt aan het goud. Als het uit de gratie zou vallen, zou de geldhoeveelheid in omloop tot 0 kunnen reduceren, maar zou toch nog steeds aan het goud gelinkt zijn.
De geldhoeveelheid in omloop heeft dan ook geen enkele relatie tot de goudproductie, of de hoeveelheid goud ter wereld, of rente percentages, of de handelsbalans. Het is alleen maar afhankelijk van de omwisselbereidheid bij de centrale bank.
Om de een of andere reden denkt men dat dit zeer gecompliceerd is. Dat is het in feite niet. Het is net zo gemakkelijk als geld wisselen.
Bron: Nathan Lewis
Als conclusie zou ik toch de volgende overdenking mee willen geven. Projecteer deze situatie eens op een land als China.
