In 2008 bereikte de prijs van aardolie een voorlopig record van $147 per vat. Die korte periode van hoge energieprijzen had een groot effect op onze industriële economie.

Het vrij besteedbaar inkomen van consumenten in de Westerse wereld daalde. Er werd geen nieuwe auto gekocht, de vliegvakantie werd onbetaalbaar. Autofabrieken gingen (tijdelijk) dicht en de luchtvaartsector moest saneren.

Om de dure aardolie te betalen was er heel veel nieuw krediet nodig. Maar toen de olieprijs in augustus 2008 ging dalen, draaiden de banken de kredietkraan dicht. En met een grote schok kromp de wereldeconomie met vele procenten.