Onlangs vond ik dit uitermate interessante gedicht. Aangezien ik slecht gedichten schrijf heb ik het vertaald in gewone taal en daarbij de coupletten zo goed mogelijk aangehouden. Een waarlijk fantastisch gedicht, dat ik iedereen kan aanraden:

Een vertaling van "The Rhyme of the Ancient Gold-Mariner"

Over de hele wereld wordt er een verhaal verteld over een wedstrijd die in de toekomst zou plaatsvinden. Een verhaal dat iedereen zou intrigeren, van hoog tot laag. De inzetten op deze wedstrijd zouden hoger zijn dan ooit in de historie aanschouwd.

De uitkomst van die wedstrijd zou een ieders leven beïnvloeden. Zelfs degenen die niet zouden deelnemen en buiten de weddenschap bleven. Allen zouden erin mede betrokken raken tegen wil en dank. Onweerstaanbaar zou het ieders leven een andere wending geven. En dit kon gebeuren op subtiele of gewelddadige wijze en eindigen in zowel voor- als tegenspoed.

Eindelijk brak de tijd aan waarnaar velen al lang naar uitgekeken hadden. En aller ogen op die bewuste dag richtten zich op een spektakel dat nog nooit iemand had gezien. Het was heel goed mogelijk dat dit de enige gebeurtenis van zijn soort zou zijn, die ooit zou plaatsvinden.

De voorbereidingen hadden lang geduurd en kosten noch moeite werden gespaard voor dit grootse moment. Terwijl de journalisten de krantenkoppen lieten schreeuwen en de claxons toeterden gebeurde het op die bewuste ochtend om precies 08:30 uur.

Het allergrootste schip ter wereld ooit gebouwd gleed uit haar dok. En onder luid gejuich werd zij gedoopt met de beste champagne, omspoeld door buitensporige reclame campagnes.

Met een enorme golf die de toeschouwers op de kade overspoelde werd de ‘Derivaat’ te water gelaten, grootser in alle pracht en praal dan ooit iets anders tevoren.

Gefinancierd door mensen die op financieel gebied hun gelijke niet hadden en gebouwd door een team van de knapste ingenieurs. Zelfs aan de verzekering was gedacht door middel van triple-A gewaardeerde papieren.

Haar dekken en brug verrezen als wolkenkrabbers, zo immens groot was zij. En volgens de berichten leek zij zelfs nog sterker dan sterkste kluis. Elk van haar machtige motoren kon een grote stad van energie voorzien. De reis van deze nieuwe keizerin zou vlekkeloos verlopen. En wat er op het menu stond was zo oneindig groot, dat het iedereen aan tafel een fortuin zou opleveren.

Men kon ervoor kiezen alle zaken te laten regelen zodat je je zorgen kon vergeten. Of indien gewenst, kon je alles op het spel zetten in ‘s werelds grootste casino. Duizenden mensen kwamen aan boord en de bemanning zorgde dat alles piekfijn voor elkaar was.

De ‘Derivaat’ was nu geopend voor het zakendoen en de winsten zouden zonder weerga zijn.
Omdat zij over zulke grote hulpbronnen beschikte, was er niets dat het tegen deze kolos kon opnemen. Met alle mogelijkheden en alle voordelen die men maar kon beschrijven. Want wat kon er nou ooit concurreren met dit trotse grote schip de ‘Derivaat’.

Maar toen, toch plotseling, verscheen er na verloop van tijd een glorieus schip aan de horizon. Oud en toch majestueus was de ‘Standaard’, trots en zonder vrees. Waar en wanneer zij haar grote zilveren zeilen ontvouwde, werd zij beschouwd als het grootste schip dat ooit de oceaan bevaren had.

Blijde kreten gingen op toen de beroemde ‘Standaard‘ haar anker in de haven liet vallen. Zij was betrouwbaar en veilig, zo goed als goud, zo beschreef iedereen haar. En haar zelfverzekerde kapitein zei in grootspraak: ‘Kom op Derivaat we dagen u uit voor een wedstrijd. We zullen u ons kielzog laten zien’. Deze uitdaging werd zonder verdere plichtplegingen aangenomen.

Daarop bereidden de partijen zich voor en maakten zich gereed voor de grote race. Iedereen wachtte op het startsein en de verwachtingen waren hoog gespannen. Echter, helaas kwam het slechte nieuws die ochtend al snel door en werden de mensen overal wakker geschud uit hun droom. De beroemde ‘Standaard’ was al gezonken, nog voordat zij de baai verlaten had.

‘Verraad! Bedrog! Sabotage! Achterbakse zaken! Samenzwering! Een onderzoek!’, schreeuwden de koppen in alle kranten. Maar later in die week werd het duidelijk dat er niemand op korte termijn voor de rechter gesleept zou worden.

Ontmoedigd ging de menigte heen. De Derivaat bleef kampioen en velen begonnen te twijfelen. ‘Wat nu? We kunnen net zo goed naar huis gaan, nu de Standaard er niet meer is heeft de Derivaat geen tegenstand meer.’

Het eens zo trotse schip de ‘Standaard’ was onherstelbaar beschadigd en nooit meer zouden haar mooie, hoge zilveren zeilen de wind omarmen.

Maar ondertussen, ver weg op de oceaan was er een heldere flits van zonlicht, die weerspiegeld werd op gouden rompen. En vanuit de middelste romp stond er een gouden mast met een geel zeil gekanteld in een parmantig, uitdagende hoek. Aan de andere kant zag je benen van een paar bemanningsleden hangen, als je goed keek.

Het was een gladde, slank gevormde, zeewaardige en door de tijd geteste trimaran, die over de zon overgoten golven scheerde als drie gouden dolfijnen die naast elkaar zwommen. In het begin waren er weinigen die de nadering van het elegante schip opmerkten. Het zicht werd hun ontnomen door de vele grote schepen die in de haven lagen.

Kwiek bewoog zij zich voorwaarts over en tussen de golven door om aan te leggen precies onder de boeg van de gigantische ‘Derivaat’. Haar bemanning en kapitein waren ruwe zeebonken, zo sterk als staal. In een ander verhaal zouden zij misschien zijn aangezien voor mijnwerkers.

Haar kapitein sprak: ‘Wij hebben duizenden mijlen afgelegd om dat grote schip te aanschouwen.

Ik ben kapitein Goudhart. Neem me niet kwalijk, maar uw aanspraak om het beste en snelste schip te zijn betwijfelen wij zeer. Wij nemen nu de handschoen op en dagen u uit. Wij hebben zware tijden meegemaakt, maar hebben nog nooit een wedstrijd verloren. Wij hebben maling aan hoe groot u bent, hoe machtig u bent, of hoeveel u heeft gekost. Ons schip is de ‘Gouden

Vleugel’ een 49 voeter met een geweldige bemanning. En wij popelen om u eens een lesje te leren.’

De verzamelde menigte was geamuseerd door Goudhart’s boute uitspraken. Maar er was iets in de passie van zijn stem, dat gevaarlijk klonk, respect afdwong en min of meer een dreiging inhield. Verbijsterd en verward dacht de menigte eerst dat het een grap was. Misschien wel iemands vreemde idee van een grap.

Welnu, de ‘Gouden Vleugel’ was zeker niet het kleinste schip vergeleken met de andere schepen die in de haven lagen. Maar bij de afmetingen van de enorme ‘Derivaat’ viel zij echter totaal in het niet. Het meest opvallende voor iedereen was het enorme verschil in grootte, want haar mast kwam niet hoger dan halfdeks van de Derivaat.

Als je dit zo zag was een wedstrijd bij voorbaat al een verloren zaak en geen enkele optie. Sommigen begonnen te denken dat alles een farce was en riepen: ‘Ga toch weg! Een trimaran? Dat ontwerp is al lang een relikwie. Toegegeven, mooi om te zien… maar wel erg barbaars en antiek.’

Toen, tot ieders verbazing, nam de kapitein van de Derivaat de uitdaging aan. En sprak tot kapitein Goudhart: ‘Wij gaan gewoon verder met wat we doen, het doet er niet toe wie u bent of wat u zegt. U kunt het proberen om ons bij te houden als u dat wilt, maar blijf uit onze buurt. Wij zullen altijd winnen, wedstrijd of niet, want wij houden van goede tijden en speculeren zoals iedereen.’

En zo sprak hij verder : ‘Ik zal uw voorstel overbrengen aan de Raad van Bestuur, die de Derivaat aan u zal overleveren, indien u sneller rondom de wereld kunt varen dan wij en levend terugkeren. Als u verliest, moet u uw antieke gouden schip aan ons overgeven, dan kunnen we die tentoonstellen als trofee bij de andere antieke oudheden.’

Alle ogen gingen van schip tot schip, die zo duidelijk verschilden. ‘Wat zegt u van deze voorwaarden, kapitein Goudhart? Neemt u deze weddenschap aan?’ Goudhart zei niets en overwoog het voorstel lange tijd bedachtzaam. Allen werden rusteloos en wachtten gespannen af. Alleen de zeemeeuwen werden nog gehoord.

Toen sprak hij: “U heeft niets dat we zelf al niet bezitten, begrijpt u. Ons leven is rijk en we verdienen onze eigen voorspoed. Ik zou dat niet willen opgeven, zelfs niet voor een weddenschap, maar als u denkt dit schip nodig te hebben, dan accepteer ik toch.’