Toen ooit de Europese Unie op 1 november 1993 werd opgericht was ik een voorstander. Ik was 40, had een jong gezin en had weinig politieke interesse. Ik was wel vatbaar voor de propaganda voor een verenigd Europa die ik meekreeg via het medium TV en mijn abonnement op de krant. Ik zag dat wel zitten om vrij door Europa te kunnen reizen met open grenzen en later de beloofde gezamenlijke munt de Euro. Geen gedoe meer bij de grens met geld wisselen en geen paspoortencontrole. En niet meer dat eeuwige omrekenen in vreemde valuta om te weten of ik niet teveel uitgaf in Franse Franks of Duitse Marken.