De vraag wordt nog steeds vaak gesteld: wat is nu eigenlijk deflatie en hoe kan ik dit als instrument gebruiken om mijn bezit te beschermen?

Inflatie is een toename van de geldhoeveelheid, terwijl deflatie juist het tegenovergestelde is, een afname van de geldhoeveelheid, gewoonlijk begeleid door dalende prijzen, steeds minder waard wordende activa en het op grote schaal in gebreke blijven bij (af)betalingen op reeds aangegane schulden.

Maar wat weinig mensen begrijpen is, dat wat stijgt ook eens moet dalen.

Deflatie volgt op een langere periode van het almaar vergroten van de geldhoeveelheid. Des te langer en ernstiger de periode van inflatie, des te harder zal deflatie toeslaan als het eenmaal haar beurt is.

Maar ook hoe groter de verandering, hoe groter ook weer de kansen.

Hoe kun je jezelf beter positioneren voor het moment dat deflatie daar is? Hier geldt eigenlijk altijd weer hetzelfde advies: betaal je schulden af, spreid je investeringen en hou zoveel mogelijk ‘bewezen’ koopkracht aan. Dit proces noemen we dan maar even ‘krediet in vraag stellen’. Alle soorten van financiële activa zullen onder de loep bekeken moeten worden en beoordeeld worden op de mate van kredietwaardigheid.

Kijk maar eens naar de laatste jaren van de vorige eeuw, waarbij in Maleisië, Thailand, Indonesië en Zuid Korea – en al vanaf 1989 in Japan - een deflationaire periode plaatsvond. Al deze landen werden getroffen door een ineenstorting van de kredietbubbel. Onvermijdelijk moest dit zich uitbreiden naar de westerse economiën. Het was grotendeels het westerse geld en de westerse mentaliteit die deze kredietbubbel veroorzaakten en het was ook de westerse wereld die hun producten kocht. De wereld lijdt eigenlijk aan overcapaciteit.

Wat er in Azië gebeurde was dat de mensen ‘vluchten naar kwaliteit’, toen ze eerst de aandelen en vervolgens de obligaties dumpten. Daarna waren de diverse valuta’s aan de beurt en uiteindelijk ging de vlucht dus naar instrumenten, waarvan men aannam dat dit meer stabiele, koopkrachtbehoudende bezittingen waren.

Hoe zag in de westerse wereld de laatste echte deflatoire periode er uit? Als je deze vraag zou stellen aan iemand die de Grote Depressie had meegemaakt, zou je als antwoord krijgen: Wel, de prijzen waren laag, maar niemand had nog geld om iets te kopen. Deflatie is een afname van de in omloop zijnde geldhoeveelheid en als de andere zaken gelijk blijven, betekent dit simpelweg dat er minder geld in omloop is. Er is minder geld onder de mensen, dus wordt er minder gekocht; producenten moeten hun productie terugschroeven en zullen dus minder productie-uren van de mensen kopen en op deze manier raakt de economie dus in een neerwaartse spiraal.

Tot op de dag van vandaag hebben vele banken en grote instituten grote hoeveelheden geld vastgelegd in slechte investeringen, die nog steeds tegen de volledige waarde op hun balansen staan en niet zijn aangepast, zoals eigenlijk wel zou moeten.

Er zijn echter een paar factoren die de onvermijdelijke ineenstorting van het fiatgeld systeem nog steeds uit kunnen stellen:

  • Psychologie, sentiment, welke neerkomt op vertrouwen
  • De manier van boekhoudkundig denken, die nu alles nog samenhoudt, terwijl we weten dat het niet kan kloppen
  • Zolang er geen grote krach op Wallstreet kom

Als je de geschiedenis bekijkt zul je zien dat een revolutie zelden plaatsvindt in een periode van voorspoed. Mensen met volle buiken maken geen revolutie; daarentegen zie je revoluties juist ontstaan na een periode van economische stress.

Denk nog eens aan Amerika in 1933 en 1934. Zolang er maar genoeg mensen zijn die dachten dat ze geld hadden in deperiode toen de markten ineenstorten – om er achter te komen dat ze alles kwijtwaren – dan pas heb je een situatie waarin de geldhoeveelheid enorm krimpt.

Dan is er ook nu nog eens het probleem dat alle markten op enigerlei manier met elkaar in verbinding staan. Een oprisping op de ene plaats kan een tsunami elders verwekken en dat kan zo maar binnen enige uren gebeurd zijn. En al dit soort hindernissen ligt net buiten zicht te wachten op die ene gebeurtenis. Een dikke 60 jaar inmiddels van slechte investeringen, onder de maat prestaties, onvermogen om te betalen bij vele grote instituten en een enorme schuldenberg, dit alles verhuld door een inflatoire periode welke nu al duurt vanaf de 50er jaren, kan niet anders dan tot een wereldwijde deflatie leiden, zou je zo zeggen.

Bron: F.Sanders