Veel economen denken dat het een kulverhaal is dat de dollar als wereldreservemunt zal gaan verdwijnen. Niet vreemd, want economen hebben de neiging om niet verder terug te kijken dan pakweg 60 tot 80 jaar. Echter, er zijn genoeg bewijzen om aan te nemen dat de dollar haar rol als wereldreservemunt uiteindelijk zal moeten neerleggen.
De “mens” is slecht in het zien van dingen op een afstand
De diersoort “mens” is alles behalve volmaakt. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de neiging van de mens om zichzelf, alsmede de tijd waarin zij leeft, los te zien van een groter geheel. Zo vinden mensen voornamelijk zichzelf belangrijk en interessant, niet doorhebbende dat er nog zo’n 7 miljard van hen zijn die dat ook denken. Datzelfde probleem geld voor de tijdsgeest. Men heeft zelden door dat ze geschiedenis aan het schrijven is, laat staan dat ze zich bevindt in een vergelijkbare herhaling van een eerdere gebeurtenis in het verleden. Denkt u dat de Grieken écht goed beseffen dat met de komst van de Gouden Dageraad (facistische partij), het fascisme terug is gekomen in Griekenland? Denkt u dat de Grieken écht goed beseffen dat de rassenwaan weer helemaal terug is, nu er Griekse allochtonen afgeranseld worden en knokploegen weer door de straten gaan? Laat ik u een andere vraag stellen. Denk u misschien dat u niet in staat bent om dergelijke handelingen te verrichten als de omstandigheden dit in de hand werken? De waarheid is helaas dat dit in de meeste gevallen wel zo is, want dat wijst de geschiedenis uit. De oorzaak ligt hem erin dat de geschiedenis zich, in tegenstelling tot wat veel historici vaak zeggen, zich nooit herhaald. De geschiedenis rijmt op het verleden en dus hoef je alleen maar naar de taal van nu en het verleden te kijken, om te zien of hij rijmt op elkaar. Het feit dat het niet exact dezelfde reeks van gebeurtenissen is, geeft mensen echter de ruimte om net te doen alsof het in hun tijd “anders” is. Volgens mij is het dan ook het beste om het dagelijkse nieuws en de dagelijkse gebeurtenissen als “ruis” te zien en de geschiedenis als het geluid zelf te zien dat we moeten volgen. Met andere woorden, als onze tijd rijmt op die van een tijd in het verleden, dan kun je er de klok op gelijk zetten dat we vergelijkbare situaties en problemen tegemoet gaan als toen.
Reservemunten komen…. en gaan
De dollar is de wereldreservemunt, dat weten de meeste mensen nog wel. Maar dat er ook nog vele andere wereldreservemunten hebben bestaan, dat vergeten mensen voor het gemak even. Zo waren er de Chinese Liang, de venetiaanse dukaat, de griekse Drachme en ja, zelfs onze eigen gulden was een tijd de wereldreservemunt. Het hebben van een wereldreservemunt biedt veel voordelen. Zo hoef je bijvoorbeeld minder kosten te maken als je grondstoffen wilt kopen op de internationale markt. Alle andere landen moeten hun valuta eerst omzetten in jouw valuta, zodat ze daarmee de in jouw valuta genoteerde grondstoffen kunnen kopen. Aan dit omzetten zit een kostenplaatje, dat voor de uitgever van de wereldreservemunt niet bestaat. Ook zijn vaak de rentekosten op staatsobligaties lager, omdat er een grotere markt voor effecten is die genoteerd zijn in de wereldreservemunt. Hiertegenover staat dat een land zich wel als een goed huisvader zal moeten gedragen en dit is meestal waar het hele spelletje misgaat. Al snel worden binnenlandse monetaire en politieke belangen belangrijker dan de internationale belangen, waardoor de boel uit de hand loopt. Deze problemen begonnen overigens al vrij snel in Amerika, nadat het Bretton Woods akkoord (1944) werd gesloten. Amerika beloofde in dit akkoord dat de dollar “as good as gold” zou zijn en dat zij dus niet de geldpersen zou gaan aanzetten, waardoor de wereld overspoeld zou worden met teveel dollars met een waardevermindering van de dollars op zichzelf tot gevolg. Maar met de komst van de Viëtnamoorlog kwam al snel een einde aan de belofte om geen geld te drukken, waardoor de positie van de dollar in gevaar kwam. Eerst richtte men de London Gold Pool (1961) op. Deze LGP drukte de goudprijs door goud te verkopen, zodra deze prijs boven de 35 dollar per ounce dreigde te geraken. Uiteindelijk werd de vlucht uit papier toch zo groot (met name toen Engeland voor 3 miljard dollar omzette in goud) dat goud helemaal in de ban moest. Al snel werd toen besloten dat de wisselkoersen van de verschillende munten tegen elkaar werden genoteerd en niet meer tegenover goud. De dollar als wereldreservemunt was gered.
