De uitspraak poverty in the midst of plenty is in veel contexten gebezigd. Bijvoorbeeld door Winston Churchill, die met deze woorden – uitgesproken tijdens zijn lezing op 19 juni 1930 aan de Universiteit van Oxford – doelde op de discrepantie tussen het aanwezige productievermogen en de beschikbare koopkracht.
Periodes die gedomineerd worden door inflatie waren niet ongewoon, maar dit was anders. Er was een hoogwaardig productieapparaat aanwezig zoals nooit tevoren, maar er waren geen kopers. Churchill vroeg zich dan ook vertwijfeld af: Are we really to believe that no better adjustment can be made between demand and supply? Het vraaguitvalprobleem in de wereld werd ook in de volgende 10 jaar – tot WO II – niet opgelost. Hierdoor bleef de werkloosheid extreem hoog en daalden de prijzen.

