Er was eens, lang geleden, een grote gebeurtenis in China die zijn sporen nog steeds nalaat: de uitvinding van het papier en de gelijktijdige uitvinding van papieren geld. Voor die tijd was het gebruikelijk zijde te gebruiken als materiaal waarop documenten en contracten werden opgetekend. Het revolutionaire karakter van papier lag hem daarin, dat het duizend keer goedkoper was dan zijde en het bezat de eigenschap dat het dezelfde boodschap even goed kon vastleggen.
Echter het meest opzienbarende was dat papier gebruikt kon worden als intermediair voor de belofte van de Keizerlijke schatkist om de houder van zo’n papier een vast omschreven hoeveelheid zilver uit te betalen, wanneer hij maar wilde. De schatkist bewaarder, Ding, ontdekte dat hij de leveranciers van goederen en diensten aan het Hemelse Paleis met deze papieren belofte kon betalen. Het volk vertrouwde de bewaarder van schatkist en accepteerde deze belofte van betaling als gelijkstaand met de uitbetaling van zilveren munten.
Maar al spoedig had de schatkist geen vrij zilver meer tot haar beschikking, want het had alle zilvermunten in haar bezit al bezwaard door de uitgifte van deze papieren beloftes. Ding weigerde om meer papieren beloftes in omloop te brengen, behalve voor de zilveren munten die aan de schatkist betaald werden. Vanuit zijn standpunt gezien zou iedere andere manier van handelen niet alleen de integriteit van deze schatkist beloftes in gevaar brengen, maar ook die van alle contracten binnen het Hemelse Keizerrijk die op deze hoeveelheden zilver in de schatkist teruggrepen.
Immers er zou een waarde geschapen worden die de inhoud van de schatkist aan zilver zou overstijgen. Contracten door derde partijen aangegaan op basis van goed vertrouwen zouden in de praktijk niet vervuld kunnen worden en de standaard, ofwel meetlat (zilver), zou het eerlijk zaken doen onder de bevolking onmogelijk maken. Er zou in de loop van de tijd een teruggang in welvaart plaatsvinden. En dat was nou eenmaal de hoeksteen van integriteit in het economische verkeer waarop iedereen zou moeten kunnen rekenen.
Maar de onder-schatkistbewaarder, Dong, was een ambitieus man en zag heel goed dat Ding zich in een moeilijke positie gemanoeuvreerd had. Hij ging rechtstreeks naar de keizer en pleitte aldus: “Sire, sta mij toe verdere beloftes voor zilver uit te geven met als dekking alle zaken bestaand uit puur zilver die in het Hemelse Paleis aanwezig zijn, zoals messen, kaarsenstandaards etc.”. De Keizer vond dit een geweldig idee en ontsloeg Ding meteen en beloonde Dong voor zijn inzicht door hem als schatkist bewaarder aan te stellen.
Maar ook Dong kon niet lang van zijn glorie en macht profiteren. Andere ambitieuze mannen aan het hof hadden nauwlettend de ontwikkelingen rond de schatkist gevolgd. Zij wisten de Keizer ervan te overtuigen nog meer papieren beloftes uit te geven met als dekking het zilver uit de keizerlijke mijnen dat nog gedolven moest worden en zo ook het zilver de Maan.
De Maan werd beschouwd als een provincie van het Hemelse Keizerrijk en bestond voor 95% uit puur zilver, dat was immers door de wetenschappers van het Hemelse Wetenschappelijk Instituut aangetoond. Dus was er een plausibele zaak voor het verder uitbreiden van de papieren zilver beloftes. Nu werd ook Dong ontslagen door de Keizer en vanaf die tijd vond er een constante wisseling van de wacht plaats voor wat betreft de positie van schatkist bewaarder. En iedere keer werden de ‘uitvindingen’ van argumenteren schimmiger en schimmiger. De belofte van de schatkist om zilveren munten uit te betalen aan de toonder had toen al lang zijn waarde verloren.
De nasleep van deze enorme depreciatie van het papiergeld was dat een grote revolutie het Hemelse Keizerrijk overspoelde. De mensen gingen de straat op, ontbonden het Hemelse Wetenschappelijk Instituut, en hingen alle schatkistbewaarders op aan door henzelf opgerichte galgen op het Plein van de Hemelse Vrede, met in hun monden alle papieren beloftes die zij ondertekend hadden.
Bron: Fekete
