Frankrijk trekt het leger uit de schaduw naar de straatrand: soldaten van Operation Sentinelle gaan bewakingsposten overnemen zodat politie en gendarmes zich kunnen richten op de verwachte protesten van zaterdag. Binnenlandminister Laurent Nuñez vertelde het parlement dat de inzet vooral statisch blijft, maar het beeld is desondanks geladen: een regering die militaire handen nodig heeft om het straatverkeer van woede en onrust überhaupt nog te kunnen beheersen. Premier Sébastien Lecornu noemde de mobilisatie van de veiligheidsdiensten zelf al “massaal”, in aanloop naar een grote betoging op 24 oktober.

Die stevige toon verhult slecht dat de overheid intussen openlijk fouten toegeeft. Lecornu erkende missers in de inlichtingen, te star geplaatste politie en het feit dat eerder vastgestelde politieverlof niet werd ingetrokken. Nuñez ging nog verder en zei: “Ik betreur diep wat er is gebeurd. Ik aanvaard mijn aandeel in de verantwoordelijkheid.” Hij bood zijn ontslag aan, maar president Emmanuel Macron wees dat af. De regering wijst naar uiterst linkse groepen als aanjagers van de chaos; die groepen zeggen juist dat de woede over de kosten van het leven en de tanende openbare dienstverlening is onderschat.
De feiten achter die woorden zijn hard. Op zaterdag 17 oktober stonden ongeveer 60.000 politieagenten en gendarmes paraat, terwijl rond de 500.000 mensen de straat op gingen tegen de hoge kosten van het leven; volgens de autoriteiten waren dat er 550.000, volgens organisatoren ruim 800.000. Toch ontspoorden op de randen van de marsen plunderingen en rellen in onder meer Parijs, Marseille, Lyon en andere steden. In Limoges sloeg een brandstichting toe, met een ingestorte dakconstructie en toren van het historische stadhuis als schokkend symbool van de schade.
De balans is inmiddels zwaar en pijnlijk. Volgens verschillende tellingen zijn meer dan 2.300 tot ruim 2.500 mensen gearresteerd of in hechtenis genomen, en raakten bijna 1.000 leden van de ordediensten gewond. De schade loopt volgens de voorzitter van de kamers van koophandel in de honderden miljoenen euro en meer dan 2.000 winkels zouden geraakt zijn. Nuñez overweegt bovendien demonstraties te verbieden die niet zijn aangemeld en een risico op wanorde vormen, terwijl voor de protesten die wel doorgang mogen vinden strengere routes, extra toezicht en meer bewegelijkheid van de ordediensten worden voorbereid.
De politieke en financiële naschok blijft intussen verder rollen. De regering spreekt over lokale en gedeeltelijke avondklokken, er komt een parlementaire onderzoekscommissie en in Noord-Franse steden golden al 20.00 uur-avondklokken. Tegelijk sijpelt de onrust door naar de obligatiemarkt: de Franse tienjaarsrente liep volgens eerdere berichtgeving op tot het hoogste niveau in 24 jaar, dicht bij 5%, terwijl Moody’s de Franse Aa3-rating met negatieve vooruitzichten gaat bekijken. Frankrijk probeert de straat te bedwingen, maar de prijs van die paniek groeit nu ook op de financiële markten.
