[...]
Vanwaar ook alweer de voortdurende “bijsturing†van de goudprijs? Even terug naar het verleden. In “de goeie ouwe tijd†gold het papieren “certificaat†helemaal niet als geld maar als bewijs van de onderliggende waarde van goud dat bij de bank lag opgebaard, vandaar baargoud. Houders van certificaten konden te allen tijde hun certificaten omruilen in goud. Echter, daar het papier makkelijker hanteerbaar was, werden deze certificaten vervolgens ook als geld beschouwd.
De introductie van de papieren certificaten – ruil- en betaalmiddel – schepte tevens de gelegenheid tot fraudepraktijken, namelijk door meer papier te scheppen tegen dezelfde aanwezige goudvoorraad. Maar dat papier werd dus in feite niet door goud gedekt, hetgeen niemand verder kon weten. Tot dit duidelijk werd, konden de fraudulente centrale banken zich “in alle rust†aan deze praktijk grootschalig schuldig maken, waarmee onze koopkracht evenredig werd uitgekleed. Alleen een dienovereenkomstige stijging van de goudprijs in evenwicht met de fatale QE zou uitkomst bieden met als gevolg een nooit eerder vertoonde omvang die de samenleving zal ontwrichten.
