Wereldwijd is Nederland maar een piepklein landje. Maar hoe je het ook wendt of keert, het heeft zeker zijn stempel op de geschiedenis gelegd, hoofdzakelijk door de handel. Tot op de dag van vandaag worden er specifieke karaktertrekken gebonden aan de Nederlander. - Hoe is het koperdraad uitgevonden? Dat waren twee Nederlanders die om een stuiver vochten. - Misschien een erg flauwe mop, maar in het Engels woord ‘Dutch’ nog erg vaak als gierig gezien.
Uit vorige artikelen is herhaaldelijk naar voren gekomen dat voor in Nederland munten gekopieërd en afgesneden werden. Hoewel dit wereldwijd altijd een probleem is geweest bij munten van edelmetaal, was dit in Nederland, mede door de dichte bevolking en de grote hoeveelheid handel, nog altijd van grootse omvang. Dit zou mee hebben geteld toen in de mond van de Brit tijdens de Engels-Nederlandse oorlogen in de 17de en 18de eeuw. Ondanks verschillende overwinning, door onder andere onze enige echte zeeheld Michiel de Ruyter, wist Engeland het toch te winnen van Nederland als wereldmacht. Dit ging niet zonder slag of stoot. Het resultaat een hele serie uitdrukking die met de Nederlanders te maken hebben. De meest bekende is ‘going Dutch’ op een afspraakje, wat betekent dat je niet voor je date betaalt.
Ook uit deze tijd kent men vele uitspraken die met een ‘Duit’ hebben te maken. Denk maar aan ‘een Duit in het zakje doen’. De Duit was in deze periode een veelgebruikte munt met een waarde van 1/8 Stuiver. De Duiten van het VoC waren echter twee keer zoveel waard, wat veel smokkel tot gevolg had. Als maatregel bedrukte men de VoC Duit met het VOC monogram.
Een andere munt die zijn oorsprong vind in de 17de eeuw, is de Achtentwing. Anders bekend stond deze munt als de Klapmuts. Hij was 28 Stuivers waard, 2 Stuivers minder dan een toenmalige Daalder, die 30 Stuivers waard was. Een oud Nederlands gezegde heeft het over met iets minder genoegen nemen : ‘een Achtentwintig voor een Daalder nemen’.
In de 17de eeuw ging het Nederland economisch voor de wind. Kunst, cultuur en wetenschappen bloeide uit tot op een welvarend niveau. Engeland, Frankrijk en Spanje hadden interne problemen waardoor Nederland vrijspel had om de welvaart door te zetten. Men noemt deze periode de gouden eeuw.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden begon wereldwijd hun invloed te tonen. Kolonieën in Azië, Afrika, Australië, Noord en Zuid Amerika brachten veel handel en rijkdommen naar Nederland. Zo was het de Nederlander Willem Janszoon die Australië ontdekte en de Nederlander Abel Tasman die Nieuw Zeeland (naar de provincie Zeeland) en Tasmanië ondekte. Ook Nieuw York heeft ooit New Amsterdam geheten en in Zuid Afrika spreekt men nog steeds een mengelmoes van onder andere Nederlands en Engels.
Nederlandse kolonieën
Tijdens de Gouden eeuw, voor de Nederlands – Engelse oorlogen, was Nederland een ware wereldmacht mede door de sterke zeemachten VOC en WIC. Er werden overal ter wereld kolonieën gesticht. Vervolgens werden daar met verschillende Guldens en Duiten gehandeld.Zo kende Angola, Nigeria, Benin, Togo en Formosa (nu Taiwan) of de VOC of de WIC Duit in de 16de en de 17de eeuw. Verschillende versies van de Gulden werden uitgegeven in Zuid Afrika, Ghana, Tobago, delen van India, de Maagdeneilanden en ook een deel van Brazilië hun versie van de Gulden. In Ghana zelfs tot laat in de 19de eeuw. Deze kolonieën werden echter veelal veroverd, geruild of verkocht aan de Portugezen en Britten. De enige drie kolonieën die Nederland tot laat in de 20ste eeuw in bezit had, waren Suriname, de Antillen en Nederlands-Indië (Indonesië).
Einde deel 3
Bronnen:
www.landenweb.nl
www.cbvs.sr
www.wikipedia.org ea.
