Nederlands Indië werd als eerste bezet door de Portugezen, maar die stonden onder Spaanse kroon, die weer in oorlog waren met de Nederlanders. In 1603 kwam de eerste Nederlandse vloot aan in Indië en die stuitte al snel op Portugees verzet. Om de handel te verbeteren werd er een centrale leiding aangesteld. Deze zogenaamde vrije handel werd flink ondermijnd door de VOC, die naar alleenhandel streefde. Desnoods onder dreiging van geweld werd het alleenrecht vastgesteld bij de plaatselijke vorsten, ten koste van de Javaanse, Arabische en Chinese handelaren.

Hier voerden ze ook hun eigen munteenheid in, de Nederlands-Indische Gulden. Deze Gulden stond gelijk aan 80 Duiten, maar door inflatie werd dit 120 Duiten. De Duit werd echter in 1833 afgeschaft, en de Nederlands-Indische Gulden kreeg een waarde van 1,20 Nederlandse Gulden. Een paar jaar later, in 1854 werd dit gelijk aan een hele Gulden.

De eilanden Java en Sumatra hadden hun eigen valuta, los van de Gulden. Respectievelijk waren dit de Javaanse Roepie en de Sumatradollar. Deze munten kwamen echter begin 19de eeuw al aan hun einde. Vanaf 1854 werd de Nederlandse Gulden ook gangbaar in Nederlands Indië. Tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werden er nog steeds Nederlandse munten geslagen, de Nederlands-Indische Roepiah. Deze waren echter bedrukt met de tekst : ‘De Japanse regering’ en waren net als de Yen onderverdeeld in 100 Sen. Na de oorlog werd deze munt direct weer vervangen.


Afbeelding 1.1: De japansche regeering betaalt aan toonder half gulden

Ondertussen werd Indonesië onafhankelijk verklaard en de Nederlandse Gulden werd voorgoed vervangen door de Rupiah. Nieuw-Guinea werd pas later in, 1962 onafhankelijk verklaard. Daar werd intussen de Nederlands-Nieuw-Guineese Gulden uitgegeven om uiteindelijk ook vervangen te worden door de Rupiah.


Afbeelding 1.2: Centrale bank van suriname - Duizend gulden

Het ontstaan van Nederlands Guiana

Suriname was eerst tesamen met Guiana en Frans Guiana een Britse kolonie. Tijdens de Nederlands - Engelse oorlog wist Nederland in het jaar 1600 het gebied echter binnen 3 uur te veroveren. De Britten hadden geen buskruit meer en gaven zich over. Het gebied kwam bekend te staan als Nederlands Guiana en ook hier werd als valuta de Nederlandse Gulden uitgeven. Er vond nog wel veel ruilhandel plaats, met name met de inheemse bewoners, en door gebrek aan munten werd vaak de suikerbiet als surrogaat gebruikt.

De Surinaamse Gulden

Halverwege de 18de eeuw ging men over op papiergeld, het zogenaamde kaartengeld. Dit waren kaarten voorzien van stempel en geldbedrag. Tijdens de derde Nederlands - Engelse oorlog wisten de Britten het gebied te claimen, maar in ruil voor het huidige New York mochten ze het gebied wat nu Suriname is, behouden. Later, begin 19de eeuw nam Nederland het complete geldwezen over in Suriname en in 1962 werd de Nederlandse Gulden vervangen door De Surinaamse Gulden. Deze bestond net als de Nederlandse, uit honderd cent en was voorzien met de opdruk van het Nederlandse staatshoofd, zelfs nadat Suriname in 1975 de onafhankelijkheid was uitgeroepen. Sinds die verklaring van onafhankelijk is de waarde van de Surinaamse Gulden ontzettend gedaald. In 2004 werd de Surinaamse Gulden vervangen voor de Surinaamse Dollar. Die kon ingeruild worden, dankzij de inflatie voor maar lieftst 1000 Surinaamse Guldens.

De Antiliaanse Gulden

De Nederlandse Antillen is oorspronkelijk door de Spanjaarden ondekt. In 1634 heeft de WIC deze eilanden echter veroverd. De Spanjaarden hebben nog wel geprobeerd Curaçao terug te veroveren, maar na fallisement van de WIC eind 18de eeuw werden de Antillen officieel een Nederlandse kolonie. Ook de Britten hebben begin 19de eeuw geprobeerd Curaçao te veroveren, maar die werden door de plaatselijke bevolking weer teruggedreven. Door het afschaffen van de slavernij in in 1830 had het eiland zijn waarde als kolonie voor Europese landen grotendeels verloren. In 1828 werd de Antiliaanse Gulden ingevoerd, gekoppeld aan de Nederlandse Gulden. De Tweede Wereld oorlog echter, zorgde ervoor dat die weer ontkoppeld moest worden wegens het verval van de Nederlandse economie. In plaats daarvan werd de munt gekoppeld aan de Amerikaanse Dollar.

De Caribische gulden laat op zich wachten

In 1986 kreeg Aruba de onafhankelijke status toegewezen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Daarna werd ook de Arubaanse Florin ingevoerd die tot op de dag van vandaag nog gebruikt wordt. Op Bonaire, Saba en Sint Eustatius worden sinds 2011 de Amerikaanse Dollars uitgeven. Curaçao en Sint Maarten, die samen een Monetaire Unie vormen, betalen wel nog steeds met De Antiliaanse Gulden. Planning is echte de Caribische Gulden hier te gaan invoeren. Tot op heden is dit nog niet gedaan.

Nederland na de Gouden Eeuw

Vlak voor het begin van de 19de eeuw kwam na de Franse revolutie Nederland weer in de macht van de Fransen. Die riepen Nederland uit als de Bataafse Republiek en onder leiding van Napoleon Bonaparte, die zijn broer, Lodewijk Bonaparte, tot koning van Nederland uitriep, werd Nederland tot een Koningkrijk uitgeroepen. Tijdens dit bestuur van 1810 tot 1825 werd in Nederland de Franse Frank uitgegeven. Keerpunt van de Franse bezetting was de slag bij Waterloo, die tot de Duitse invasie tijdens de Tweede wereldoorlog als een feestdag, Waterloodag, werd gevierd om de bevrijding van de Fransen te vieren.

Eén munt uitgeven in deze periode, is het Oortje. Dit was een koperen munt ter waarde van twee Duiten, ofwel 1,25 cent. Hoewel er verschillende mening bestaan over hoe deze munt zijn naam verkreeg, is het wel zeker dat deze in de volksmond is blijven hangen. Misschien ken je de uitdrukking wel ‘je laatste oortje versnoept te hebben’.

Einde deel 4

Bronnen:

www.landenweb.nl
www.cbvs.sr
www.wikipedia.org ea.