Meer Nederlandse munten:
Bij het invoeren van het decimale stelsel werd ook de muntwet aangenomen in 1816 en verschillende nieuwe munten zagen hier het daglicht.
Het halfje
Als eerste kende men in Nederland het ‘halfje’, een munt van koper en brons met een waarde van een halve cent. Deze munt was volledig voorzien van jaartal, waarde en het Nederlandse wapen, de Leeuw. In 1877 werd deze munt verkleind, tot nog kleiner dan het dubbeltje, en in 1940 werd de productie gestopt. Acht jaar later werd de munt uit de roulatie gehaald.
Waar komt het woord ‘cent’ vandaan?
Ook werd de cent ingevoerd als een onderverdeling van de Gulden. De cent werd van koper, brons en zink gemaakt. Er passen 100 centen in een Gulden. Het Latijnse ‘centum’ betekend honderd, en de naam van de cent vind hier zijn oorsprong. In het Frans, een taal afstammend van het Latijns, betekent cent ook honderd. De meeste valuta kennen de onderverdeling van 100 cent, de Amerikaanse Dollar is hier een voorbeeld van, al noemt men de munt zelf een Penny. In 1980 werd de cent officieel afgeschaft in Nederland, de productiekosten waren hoger geworden dan de waarde van de munt. In 2002, bij invoering van de Euro, kreeg Nederland weer te maken met de cent, in munten van 1 en 2 cent. Hoewel deze munten nog wel in de omloop zijn, gebruikt niemand ze meer. Als alternatief doneert men soms na het afrekenen bij de kassa de centen in een potje voor een goed doel.
De Duit
Het Vierduitstuk was een munt van brons en zink. De naam verleent ook zijn waarde aan de oude Nederlandse Duit. Een Duit was 1/8 van een Stuiver, en vier Duiten zijn dus een halve Stuiver waard, 2,5 cent. Het had de zelfde waarde als de Groot, een oudere Nederlandse munt. Vanwege de grote omvang van de munt werd deze ook wel ‘plak’ genoemd, een uitdrukking voor een munt die hier en daar in de volksmond is blijven hangen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de Duitsers deze munt van zink en een aantal jaar later, in 1948, werd deze munt uit de roulatie gehaald.
De Stuiver, het dubbeltje en het kwartje
Oorspronkelijk was de Stuiver onderverdeeld in 8 Duiten of 16 Penningen. Het was een zilveren munt van zeer kleine en platte omvang, zelfs kleiner dan het dubbeltje. Met het invoeren van het decimale stelsel werd deze officieel vervangen door een koperen munt ter waarde van 5 Guldencent. In de volksmond bleef de naam Stuiver bestaan. Doordat de zilveren Stuiver in grote mate onderhevig was aan slijtage, besloot men begin 20ste eeuw de stuivers in nikkel te gaan slaan. Deze stuiver leek in de praktijk te veel op de toentijdige Kwartjes waardoor men de naam ‘avondkwartje’ verzon voor de Stuiver. Om dit op te lossen begon men een vierkante Stuiver met afgeronde hoeken te slaan, zonder wapen of kop, maar met een bloem op de voorzijde. Tijdens de Duitse bezetting sloegen de Duitsers deze munt van zink. Na het vertek van de Duitsers werd de munt van brons en kreeg zijn ronde vorm terug. Ook Duitsland en Engeland kennen de Stuiver, of de Stiver. Tot op de dag van vandaag, zelfs met de Euromunt gebruiken we nog steeds de naam Stuiver, die nu 5 Eurocent moet voorstellen.De oorsprong van de naam van de munt met de waarde 10 Guldencent vind zijn oorsprong in het feit dat de munt 2 Stuivers waard was. Ik heb het hier over een dubbele Stuiver, ofwel het Dubbeltje. Eerst werd deze munt van zilver vervaardigd en later van nikkel. De Duitsers maakte tijdens de bezetting de munt van zink. Voordat de Euro werd ingevoerd in 2002, was wereldwijd het Dubbeltje het kleinste muntstuk in gebruik. Hij woog slechts 1,5 gram. Sinds de invoering van de Euro worden de 10 Eurocenten munten in Nederland ook Dubbeltje genoemd.
Het Heitje vind zijn oorsprong vanuit het Hebreeuws. ‘Hee’ was de 5de letter uit het Hebreeuwse alfabet, en deze munt was 5 Stuivers waard. Hij kwam echter bekend te staan als het Kwartje, een kwart Gulden. Net als de meeste andere Nederlandse munten waren de eerste Kwartjes van zilver en later van nikkel. Ook deze munt werd door de Duitsers uit zink vervaardigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Kwartje verviel compleet na de invoering van de Euro in 2002.
De Halve Gulden was een munt met een zeer hoge hoeveelheid zilver, 720/1000. Net als de Gulden was deze voorzien van een koninklijk portret op de ene zijde en het wapen van Nederland op de andere zijde. In 1904 werd er de tekst ’50 cent’ gedrukt onder het wapen. In 1930 stopte men met het slaan van deze munt en in 1948 werd hij uit de omloop gehaald.
Rond 1500 werd er vanuit de zilvermijnen in Joachimsthal, Bohemen een nieuwe zilveren munt geslagen, de Joachimsthal, afkort Thaler, later verbasterd naar Daalder en Dollar. De eerste Nederlandse Daalder werd in 1538 geslagen ten waarde van 30 stuivers.
Rond de 19de eeuw, ten tijde van de invoering van het metrische stelsel, verviel de munt, maar het verloor niet de rekeneenheid van 1,50 Gulden.
De Rijksdaalder
De zilveren Rijksdaalder was van oorsprong een Duitse munt, Reichsthaler, een Daalder van het Rijk. Als opvolging van deze munt werd een Nederlandse versie gemunt, ter waarde van 2,50 Gulden. Ook Zweden en Denemarken kennen hun versie van de Thaler.Deze Daalder werd vervangen voor de Zilveren Dukaat, tot 1816, waar de munt de status als wettig betaalmiddel verloor, net als de Gouden Dukaat, die een waarde had van 5 Gulden. De overheid garandeerde het gewicht en goud/zilvergehalte van beide munten, die voor particulieren slechts alleen een emotionele waarde hebben aan het jaartal waarin de munt geslagen is. Sinds 1982 mag alleen de overheid Dukaten slaan. In 1818 werd als voorganger van de Rijksdaalder het zilveren Drieguldenstuk geslagen. In 1847 werd deze vervangen door de Rijksdaalder.
Het vijfje
We kennen waarschijnlijk allemaal het zogenaamde ‘vijfje’ nog wel, de 5 Guldenmunt van nikkel met een bronscoating. In 1825 kende men het Gouden Vijfje ook al. Men hanteerde toen de dubbele standaard, maar toen in 1851 de zilveren standaard werd ingevoerd, werd dit Vijfje uit de roulatie gehaald. Het nieuwe Vijfje werd in sinds 1988 geslagen, en heeft zijn ‘gouden’ uiterlijk natuurlijk te danken aan het oude Vijfje uit de 19de eeuw. Met de invoering van de Euro werd deze vervangen door een briefje van 5 Euro.
Het gouden tientje
Ten tijde van de dubbele standaard werd er ook het Gouden Tientje geslagen, later na de invoering van de zilveren standaard, werd deze ook uit de roulatie gehaald. Later, na de invoering van de gouden standaard, kwam dit Gouden Tientje nog terug, maar slechts in zeer beperkte oplage. Na het vallen van de gouden standaard in de jaren dertig van de vorige eeuw, is men gestopt met het slaan van Gouden Tientjes. In de jaren 70 werd er zeer incidenteel nog wel het Zilveren Tientje en het Zilveren Vijftigje geslagen. Deze munten waren in principe wel een wettig betaalmiddel, maar hadden hoofdzakelijk het doel van herdenkingsmunt.In 2002 heeft Nederland, samen met de meeste landen in de Europese Unie, de Euro ingevoerd.
Bronnen:
www.nederlandsemunten.nl
www.landenweb.nl
www.wikipedia.org ea.
