Keuzevrijheid is goed Allereerst wil ik een aantal zaken veronderstellen en verduidelijken. Een grondbeginsel van de economie is dat concurrentie leidt tot lagere prijzen en betere kwaliteit. Een voorbeeld hiervan is de telefonie. Met enkel de PTT hadden we in Nederland hoge tarieven en relatief slechte service. Toen de markt werd vrijgegeven, werden de prijzen lager en de kwaliteit beter. Vaak aangehaalde tegenvoorbeelden als de mislukte marktwerking in de zorg en op het spoor zijn niet valide. In beide gevallen betreft het beperkt doorgevoerde marktwerking, hetgeen juist tot meer problemen kan leiden. De Nederlandse staat is bijvoorbeeld nog steeds enig aandeelhouder van de NS, dus van echte privatisering is geen sprake. En in de zorg beperken bijvoorbeeld de artsen via overheidsprivileges het aanbod, hetgeen de prijzen opdrijft.

Geld is een voorwaarde voor welvaart Ten tweede geldt dat een complexe, welvarende economie slechts kan bestaan indien mensen zich specialiseren en kunnen sparen. Hiertoe is indirecte ruil en geld nodig. De belangrijkste functies van geld zijn: rekeneenheid, spaarmiddel en betaalmiddel. Verder voldoet volgens Aristoteles goed geld aan een aantal voorwaarden; het is deelbaar, duurzaam, draagbaar en heeft intrinsieke waarde.