Het belang van de 'Stock-to-Flow-ratio' wordt eigenlijk nog door niemand onderkend. En als er al iemand is die het begrip kent, dan nog wordt het belang van deze ratio niet ingezien. Het concept komt van professor Antal E.Fekete, een bekende naam die in verband gebracht kan worden met de zgn. 'Austrian School'.
Over de vertakkingen van deze 'Stock-to-Flow-ratio' kan eigenlijk alleen al een boek geschreven worden. Maar omdat dit slechts beoogt een eerste aanzet te zijn, zullen we ons tot de basics beperken. Maar een ding zal duidelijk worden en dat is dat het niet mogelijk is ten volle te begrijpen waarom goud geld is, zonder begrip van deze ratio en zijn belang.
Al zo'n 6.000 jaar lang is goud gebruikt als opslag van rijkdom. En slechts een heel klein percentage is ooit verbruikt op wat voor manier dan ook, zoals bijv. de industrie. Dat betekent dat bijna alle ooit gedolven goud nog steeds aanwezig is. Algemeen wordt aangenomen dat er totaal zo'n 170.000 ton geproduceerd is en dat dit tonnage ook op dit moment nog daadwerkelijk aangewend kan worden. Deze 170.000 ton wordt in dit verband dan ook gezien als de 'Stock'. Dat dit tonnage een grove onderschatting is van de totale voorraad goud, laten we hier terzijde, en gaan er vanuit dat deze 170.000 ton het juiste getal is.
Elk jaar komt er zo'n 2.400 ton aan nieuw gedolven goud op de markt. Dit getal is dan de 'Flow'. En van deze twee getallen wordt de ratio dan ook afgeleid. Wanneer we de 'Stock' delen door de 'Flow' komen we tot 71. Dit betekent dan dat de 'Stock-to-Flow-ratio' 71:1 is. Zoals al aangegeven het is een simpele ratio. Maar het zijn de implicaties van deze ratio, wanneer toegepast voor andere metalen, die hem zo interessant en intrigerend maken.
Het getal van de 'Flow', deze 2.400 ton, is ongeveer 1.4% van de 'Stock'. Zelfs al zou de goudproductie verdubbelen dan nog zou het percentage van de groei van de goudvoorraad onder de 3% zijn. Het is al haast niet voor te stellen hoe de goudproductie zich zou kunnen verdubbelen. Daarvoor zouden enorme nieuwe goudvelden ontdekt moeten worden. Het feit blijft dat de voorraad goud vele malen groter blijft dan dat er aan nieuw goud ieder jaar kan worden toegevoegd. Waar dit toe leidt is dat de waarde van goud erg stabiel blijft.
Als om wat voor reden dan ook de goudproductie totaal zou wegvallen gedurende een aantal jaren, dan zou ook dit weinig verschil maken voor de waarde van het goud. Het is de grote gemakkelijk toegankelijke goudvoorraad, die de prijs van goud zo stabiel houdt. Juist omdat er zo'n grote voorraad goud is, wordt deze haast niet beïnvloed door de toe- of afname die er jaarlijks plaatsvindt.
Geen enkel ander metaal, behalve misschien zilver, komt in de buurt van deze 'Stock-to-Flow-ratio' voor goud. Alle andere metalen hebben een 'Stock' die aanzienlijk lager is dan zijn 'Flow'; zogauw het gedolven is, wordt het onmiddellijk verbruikt. Grondstofvoorraden zullen zelden meer dan een paar maanden voorraad kunnen vormen. De reden waarom deze grondstoffen gedolven worden is ook totaal anders dan die voor goud. De meeste grondstoffen worden gemijnd om industriële doelen te dienen, terwijl goud geld is en geen enkel ander doel dient.
Omdat goud zo ruim voorhanden is heeft goud dus een 'Stock-to-Flow-ratio' van 71 jaar t.o.v. zijn aanvoer, terwijl de meeste andere grondstoffen nauwelijks de 71 dagen halen.
Vanwege zijn schaarsheid werd platina wel eens voorgesteld als vervanger van monetair metaal. Echter in geval van een totale productiestop zou de voorraad platina in slechts enkele weken uitgeput zijn. Onder deze omstandigheden zou de prijs van platina normaal gesproken exploderen. Dat maakt het gebruik van platina als vervanger voor geld dan ook veel te volatiel. Platina is en blijft een edelmetaal, maar als vervanger voor geld is het veel te volatiel en totaal ongeschikt. Hetzelfde geldt voor koper bij een productiestop. Ook hier zouden de voorraden in een paar weken uitgeput zijn en zou de prijs exploderen.
Het is dan ook ironisch te moeten vaststellen dat men aanneemt dat goud geld is omdat het zo waardevol is …omdat er zo weinig van is. Het is juist het omgekeerde: goud is geld….omdat er zoveel van is t.o.v. de 'Flow'.
Als er van een bepaalde grondstof slechts een kleine voorraad is t.o.v. de 'Flow', dan kan de prijs van die grondstof enorm fluctueren. Als we uitgaan van een metaal en er zou een grote nieuwe mijn operationeel worden, dan neemt de 'Flow' toe en zal de prijs dalen. Als er een grote mijn plotseling zou sluiten dan zou de prijs explosief stijgen. Deze volatiliteit in aanvoer veroorzaakt dan grote fluctuaties in de waarde voor ieder metaal met slechts kleine bovengrondse voorraden.
Het is de 'Stock-to-Flow-ratio' die er voor zorgt dat goud een stabiele waarde behoudt. En omdat deze ratio juist zo hoog is, behoudt goud zijn waarde als geen andere grondstof. Dat is dan tevens de reden waarom in Romeinse tijden een prachtige toga gekocht kon worden voor 1 ounce goud en in een mooi pak in de 21e eeuw. Omdat goud al zo lang als geld gefungeerd heeft is het ook moeilijk voor te stellen hoe iets anders deze rol zou kunnen overnemen.
Zelfs als er een nieuwe grondstof gevonden zou worden die de functies en de eisen die aan geld gesteld moeten worden, zou kunnen overnemen, dan nog zal het heel lang duren voordat er eenzelfde 'Stock-to-Flow-ratio' gerealiseerd kan worden. Het is deze hoge ratio voor goud, die de stabiele waarde voor goud in stand kan houden. Er is tot op heden nog geen enkele andere grondstof die aan deze voorwaarden kan voldoen, of zelfs maar in de buurt komen.
Mensen die eerdere artikeltjes over goud en zilver van mij gelezen hebben, zullen nu misschien beter begrijpen waarom ik goud altijd hoger inschatte dan zilver. Niet vanwege het feit dat de prijs van zilver volatieler is dan die van goud en er grotere winsten gemaakt zouden kunnen worden, of dat Centrale banken wel goud maar geen zilver aanhouden, maar juist vanwege de stabielere waarde die ik aan goud toe ken op basis van deze ratio.
Bronnen: Fekete, Barton
