Goud laat juist op het inflatieslagveld zijn pantser vallen, stelt Tim Pickering, president en beleggingsdirecteur van Auspice Capital Advisors. In een interview met Kitco News noemt hij de recente teleurstellende prestaties opnieuw een waarschuwing: het edelmetaal is geen wondermiddel tegen geldontwaarding. Hardnekkige inflatie kan hoge rente uitlokken, en die zet goud vervolgens onder druk. Pickering wijst op 2020–2022, toen goud worstelde terwijl de Amerikaanse inflatie opliep tot een veertigjaarsrecord van 9%. Zijn oordeel is scherp, maar niet vernietigend: goud blijft nuttig voor spreiding. Alleen verwart de belegger die spreiding volgens hem te gemakkelijk met betrouwbare inflatiebescherming.

AI-illustratie

De echte prijsdruk zit volgens Pickering dichter bij de machines, akkers en brandstoftanks. Energie, industriële metalen en landbouwproducten zijn directe bouwstenen van de economie; ze reageren niet alleen op inflatie, maar kunnen die ook aanjagen. Met olie rond 100 dollar per vat wordt dat onderscheid pijnlijk concreet. Centrale banken kunnen met renteverhogingen de vraag afremmen, maar lossen daarmee hogere energie-, loon- en grondstofkosten niet zomaar op. Pickering verwacht daarom dat jaarlijkse inflatie van ongeveer 3% tot 4% normaler wordt dan de uitzonderlijk lage niveaus na de financiële crisis van 2008. Dat is zijn inschatting, geen vaststaand toekomstbeeld.

Auspice handelt intussen niet op mooie verhalen, maar op koerskracht. De brede grondstoffenstrategie volgt twaalf markten en heeft in negen daarvan longposities: posities die profiteren van stijgende prijzen. Goud, zilver en Noord-Amerikaans aardgas ontbreken daarbij. De portefeuille zoekt het onder meer in aardolieproducten, koper en landbouwgrondstoffen. Opmerkelijk: Pickering is juist enthousiast over de fundamentele vraag-en-aanbodverhoudingen bij zilver, zelfs meer dan bij goud. Toch bouwde Auspice de zilverblootstelling eind 2025 stevig af toen de historische rally de beweeglijkheid opstuwde; rond de piek in januari was de positie vrijwel verdwenen. Voor terugkeer wil het fonds eerst maandenlang een positieve prijstrend zien. Geen bodemvissen dus, maar wachten tot de markt zelf overtuigt.

Achter die strenge selectie schuilt een grootse overtuiging: volgens Pickering zit de wereld ongeveer zes jaar in een grondstoffencyclus die ruim twintig jaar kan duren. Drie motoren moeten die mogelijke supercyclus voortstuwen: groeiende middenklassen in opkomende economieën, de energietransitie en de bouwwoede rond kunstmatige intelligentie en datacenters. Daartegenover staat volgens hem onvoldoende investering in nieuwe productie. Geopolitieke verstoringen zetten extra spanning op het systeem. Rond de Straat van Hormuz gaat het niet alleen om energie: verstoorde kunstmestleveringen kunnen uiteindelijk ook oogsten en voedselprijzen raken. Boeren hebben hun benodigdheden voor dit teeltjaar mogelijk al veiliggesteld, maar in 2027 kunnen hogere kosten zwaarder drukken, waarschuwt hij.

De rente krijgt in dit verhaal een venijnige dubbelrol. Ze hindert edelmetalen op korte termijn, maar maakt ook financiering van nieuwe mijnbouw- en energiecapaciteit duurder, terwijl producenten met technologiebedrijven om kapitaal concurreren. Dat kan toekomstige aanbodkrapte volgens Pickering versterken. Zijn pleidooi is daarom brede spreiding, niet blind achter de volgende goud-, zilver- of oliesprint aanrennen. Ook aandelen en obligaties bieden niet altijd onderling beschutting, zoals hun gezamenlijke daling in 2022 liet zien. Een recessie blijft een risico. Pickering rekent echter niet op centrale banken die koste wat kost een zware neergang uitlokken om hun inflatiedoel te halen. Het gevaar dat hem werkelijk bezighoudt, is stagflatie.