Goud is volgens een commentaar van Kitco op maandag met ruim 2% hersteld tot ongeveer $3.968, nadat de prijs vrijdag was gedaald tot $3.870. Dat was volgens de auteur het laagste niveau in ruim een jaar. Bitcoin herstelde in het weekeinde tot circa $78.700, maar zakte vervolgens terug naar ongeveer $77.400. De commentator ziet in dat verschil een aanwijzing dat goud op korte termijn een gunstiger risico-rendementsverhouding heeft. Het stuk plaatst de bewegingen vlak voor de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen, die volgens de tekst de volgende dag plaatsvinden. Een concrete publicatiedatum ontbreekt, waardoor de genoemde koersen en gebeurtenissen niet eenduidig in de tijd zijn te plaatsen.

AI-illustratie

De goudprijs bereikte volgens het commentaar in januari een record boven $5.600 en stond op het dieptepunt van vrijdag ongeveer 30% lager. De auteur beschouwt het gebied onder $4.000 als een mogelijke bodem en stelt dat goud rond een technisch steunniveau handelt. De verkoopdruk van vrijdag schrijft hij vooral toe aan gedwongen verkopen: beleggers zouden bij dalende technologieaandelen ook goud hebben verkocht om geld vrij te maken. Dat is een interpretatie van de koersbeweging, geen vastgestelde oorzaak. Ook het sterkere herstel op maandag bewijst op zichzelf niet dat verdere dalingen zijn uitgesloten.

Bij bitcoin wijst de commentator op een uitstroom van meer dan $640 miljoen uit Amerikaanse spot-bitcoin-ETF’s op vrijdag en op angstig marktsentiment. Volgens zijn analyse beweegt bitcoin sterk mee met aandelen, vooral technologieaandelen, waardoor verdere koersdalingen daar het herstel van de cryptomunt kunnen beperken. Tegelijk erkent hij dat de hogere volatiliteit van bitcoin ook tot sterkere stijgingen kan leiden wanneer markten herstellen. Zijn voorkeur voor goud is daarmee een afweging voor de beschreven marktomstandigheden, geen onderbouwde zekerheid over welke belegging vervolgens beter zal presteren.

De verkiezingen vormen volgens de auteur een belangrijke bron van onzekerheid. Hij verwijst naar het historische patroon dat de S&P 500 sinds 1954 twaalf maanden na iedere tussentijdse verkiezing hoger stond. Daartegenover plaatst hij de hoge aandelenwaarderingen: de Buffett-indicator, die de totale beurswaarde vergelijkt met de omvang van de economie, staat volgens het stuk boven 230%. Verder noemt hij hoge olieprijzen en een door de markt ingeschatte kans van ongeveer 75% op een renteverhoging door de Federal Reserve in december. De auteur ziet aanhoudende inflatie als mogelijke steun voor goud, maar die verwachting blijft een prognose.

Andere genoemde aanleidingen voor koersbewegingen zijn de kwartaalcijfers van Apple, het Amerikaanse banenrapport over oktober en het hervatten van opnames bij Binance na een volgens het artikel $6,3 miljard grote hack. De commentator meldt zelf posities in goud en zilver te hebben ingenomen en fysiek zilver te hebben gekocht. Ook vermeldt hij commerciële banden met twee gebruikte handelsplatforms en promoot hij een eigen beleggingsgemeenschap. Zijn beoordeling moet daarom worden gelezen als een marktcommentaar van iemand met eigen posities en commerciële belangen, niet als onafhankelijk bewijs voor een naderende goudbodem.