Het zijn barre tijden voor landen die economisch sterk afhankelijk zijn van olie- of gasproductie en waar de kostprijs van deze productie relatief hoog ligt. Doordat de olieprijzen het afgelopen jaar met meer dan 50 procent daalden moeten landen als Rusland of Venezuela hun gas en olie met verlies verkopen. In Noorwegen wordt de crisis als een zoveelste teken gezien dat de economie minder afhankelijk moet worden van olie-export. Het uitvoeren van hoogtechnologische toepassingen kan een alternatieve bron van inkomsten worden, zo schrijft de Zwitserse krant Le Temps.
Het Noorse stadje Stavanger, gelegen aan de zuidoostelijke kust, leeft op het ritme van de olieproductie. Toen dat ritme het afgelopen jaar vertraagde merkte Stavanger onmiddellijk de gevolgen. Met een prijs van nog slechts 45 dollar per vat – tegen 90 dollar een jaar geleden – kunnen Noorse olieproducenten niet op tegen de internationale concurrentie. De werkloosheid in het stadje steeg van 2.1 tot 3.6 procent, de vastgoedprijzen daalden met bijna 4 procent, vliegtuigmaatschappijen schrapten hun verbindingen met de Europese hoofdsteden en zelfs de pas geopende verbinding met de Texaanse oliehoofdstad Houston werd stopgezet.
