De VS bezit nog altijd het summum aan militaire macht, maar door de enorme schuldencrisis van 17 biljoen dollar is deze niet langer financierbaar. Voor iedere dollar aan staatsuitgaven moet 49 cent geleend worden. Om de financiering van de VS op gang te houden is Washington verplicht regelmatig het schuldenplafond door het Congres te laten verhogen.
De landen in Azië en Zuid-Amerika zijn zich bewust van het dreigend gevaar. Ze richten bijgevolg regionale banken op en zoeken voor hun onderlinge handel alternatieve betalingsmiddelen. De grote economische groeimacht China sluit bijvoorbeeld handelsakkoorden met Japan, Australië en andere landen waarbij de betaling niet meer in dollars maar in nationale munten afgewikkeld wordt. De handel tussen China en een reeks Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen geschiedt meer en meer op basis van grondstoffen als betaalmiddel. Deze landen moeten dus niet langer dollars op de internationale financiële markt lenen tegen hoge rente. Het biedt hen de mogelijkheid om zich te bevrijden van de wurggreep van de westerse financiers en om een eigen sociaal en economisch beleid tot stand te brengen. Deze ontwikkeling toont zeer concreet dat de dollar als internationale handelsmunt zijn beste tijd heeft gehad. Hierdoor begint ook de blokkeringsminderheid van de VS in het IMF en de Wereldbank enorme barsten te vertonen en af te brokkelen.
