Goud is een scheikundig element en het is een geel metalliek overgangsmetaal. Het is al sinds de Oudheid in het Nabije Oosten van 3500 voor Christus tot 800 voor Christus zeer gewaardeerd. Goud is roestvrij en daarom wordt goud soms ‘de koning der metalen’ genoemd (nu klinkt ‘metalen’ vrij industrieel). In Egyptische hiërogliefen van de 26e eeuw voor Christus werd er al melding gemaakt van goud als betaalmiddel. Tot ongeveer halverwege de 20e eeuw na Christus werd goud nog veelvuldig gebruikt voor munten.
Zuiver goud behoort tot de edelmetalen en is een dicht maar zacht metaal, net iets harder dan zink. Voor het gebruikt kan worden, moet het gezuiverd worden en voor de meeste doeleinden wordt het bewerkt met andere materialen om het harder te maken.

