ING gedagvaard door advocaat een andere en vernieuwende visie

Paul vd Waarsenburg, advocaat, gaat de ING Bank dagvaarden. De kern van zijn eis heeft hij als volgt geformuleerd: "Het geld dat gedaagde ter voldoening van de verbintenis naar de bankrekening van eiser heeft overgemaakt, kon op het tijdstip van betaling niet worden gekwalificeerd als zijnde gangbaar in de zin van artikel 6:112 BW, tenzij gedaagde een plausibele verklaring kan geven voor het vaststaande gegeven dat het, als toen door haar, digitaal uit het niets gecreëerd geld - een in een digitale gegevensdrager aangeslagen €-teken, gevolgd door cijfers -, gangbaar is in het land (Nederland) (in welks geld de betaling is geschied). Voor de goede orde, artikel 6:112 BW luidt: "Het geld dat ter voldoening van de verbintenis - in casu de op gedaagde rustende verbintenis tot betaling van een geldsom aan eiser -, wordt betaald, moet op het tijdstip van de betaling gangbaar zijn in het land in welks geld de betaling geschiedt." Eiser noemt € 312.500,-, welk teken en cijfer hij en hiervoor heeft aangeslagen - dat ging eiser erg gemakkelijk af -, op de allerlaatste plaats gangbaar geld, waartegenover een door eiser op te brengen, meer dan redelijke en billijke rentevergoeding (naast aflossing), op basis van de arbeids- en kapitaalinbreng van eiser, niet kan en mag worden verlangd, althans daarin schuilt niet de minste redelijkheid en billijkheid."