De grote vraag die ik in deze column opwerp is wanneer onze gepensioneerden in opstand komen. Het is bedroevend om te vernemen dat in onze moderne verzorgingsstaat de oudere gepensioneerden niet meer rondkomen met hun kleine pensioentje. Vooral de senioren met een leeftijd van ruim boven de 70 hebben vaak een lager pensioen dan de ‘jong-gepensioneerden.’ Dat komt doordat na de 2e Wereldoorlog met de wederopbouw een nieuw tijdperk van economische groei aanbrak waarin werknemers in staat waren een bijdrage te storten in de pensioenfondsen die flink meeliftten op de nieuwe welvaart van na de oorlog. Vanaf de jaren zestig tot aan het einde van 20ste eeuw konden veel werknemers profijt halen uit langdurige arbeidscontracten. Niet alle werknemers natuurlijk. Bij de overstap naar een andere werkgever was er soms sprake van pensioenbreuk als de inleg niet meegenomen kon worden naar een ander pensioenfonds. Kleine pensioentjes werden vaak afgekocht. Eind vorige eeuw is dat beter geregeld en kan in principe alle opgebouwde pensioen overgedragen worden. De pensioenkaders zijn aanzienlijk verbeterd, maar wat blijkt nu anno 2019? De afbraak van het opgebouwde pensioen raakt in een stroomversnelling.

