Goud was geld in de periode tussen de 1870 – 1914, toen de wereld op de conventionele Gold Standard was. Geld was toen geen schuld of krediet. Het was gewoon goud, en banken maakten krediet op basis van hun goudvoorraad. Ze konden niet eindeloos krediet creëren, omdat er slechts een beperkte hoeveelheid goud in de wereld was en het aanbod met ca. 2 % groeide. En, goud is geen schuld, het is een vorm van internationaal betaalmiddel, dus toename van schuld kon niet worden overdreven en bleef dus beperkt.

