Na een periode van ongelofelijke hoogconjunctuur in de jaren ‘80 en ‘90, staat de westerse wereld sinds de eeuwwisseling met de rug tegen de muur. De totale, excessieve, schuldenlast, als percentage van de economie, rees de pan uit. Daardoor liet de economische groei het steeds meer afweten. De vermindering in productiviteit, omloopsnelheid van het geld en investeringsgeneigdheid, naast het toenemende tekort aan jonge werkkrachten, veroorzaakten een verzwakking in de kredietvraag, een lagere rente en een veel lagere inflatie. Globalisering, met o.a. de verschuiving van arbeid naar landen met lagere lonen (‘offshoring’), en financialisering, met o.a. de opgang van de financiële sector ten koste van de reële, producerende industrie, werden tijdelijke doekjes voor het bloeden.
Tegelijkertijd kwamen Centrale Banken in actie met een onorthodox, super-stimuleringsbeleid om de kredietbubbel in toom te houden en de realiteit te vervangen door kunstmatigheid. Geen prijs geeft meer de juiste waarde van activa weer! De pijnlijke explosie in de maatschappelijke inkomens- en vermogensongelijkheid als gevolg van het eind van het welvaarts- en krediet-tijdperk, heeft dan nu geleid tot de beweging om de gevestigde orde omver te werpen, het populisme. Mensen met schijnbare ruggengraat, zoals Trump, krijgen nu hun kans. Onderschat de potentiële Trump-revolutie niet: de Republikeinen hebben nu de macht in het Witte Huis, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Bovendien zijn 33 van de 50 Gouverneurs nu Republikeins en zijn beide wetgevende lichamen van 32 van de 50 staten in hun handen. Een unieke situatie, die in meer dan 90 jaar nog niet is voorgekomen. Trump, een kruiwagen (‘coattails’) zonder weerga!
