Voor een groep afstuderende Israëlische officieren hing geen belofte van rust, maar de donkere schaduw van regimewisseling. Premier Benjamin Netanyahu zei woensdag dat zijn opdracht aan het leger, de Mossad en het defensieapparaat is om ‘het regime in Iran omver te werpen’, aldus The Jerusalem Post. In de aanloop naar de Israëlische verkiezingen van 27 oktober schroeft hij daarmee zijn oorlogstaal verder op. De woorden laten weinig ruimte voor een opgewekte lezing: de uitgesproken ambitie betreft niet alleen het bestrijden van een dreiging, maar het verdrijven van de machthebbers in Teheran. Dat is een doelstelling, geen vaststaande uitkomst — al klinkt de formulering als een bevel dat zwaar op de toekomst drukt.

AI-illustratie

Netanyahu beschuldigde de nieuwe Iraanse hoogste leider, ayatollah Mojtaba Khamenei, er daarnaast van kernwapens na te streven. Volgens de premier volgt hij zijn vader en probeert Iran opnieuw een atoombom te ontwikkelen. Die beschuldiging past in een waarschuwing die Netanyahu al decennialang laat horen, als een alarmsirene die nauwelijks nog stilvalt. Het aangeleverde artikel plaatst daar echter een wezenlijke kanttekening bij: noch vóór de oorlog van juni 2025, noch vóór de huidige oorlog was er volgens de beschreven consensus van Amerikaanse inlichtingendiensten bewijs dat Teheran had besloten kernwapens na te streven. Die tegenstelling mag niet verdwijnen in de rook van de retoriek: Netanyahu’s beschuldiging is niet hetzelfde als een onafhankelijk vastgestelde Iraanse beslissing.

Ook president Donald Trump kreeg een plaats in dit onheilspellende betoog. Netanyahu verwees naar diens uitspraak dat de Verenigde Staten en Israël ‘de klus zullen afmaken’, gedaan toen Trump hem steunde voor de Israëlische verkiezingen. De premier presenteerde Iran als een existentiële bedreiging en stelde dat Trump zijn benadering deelt. Volgens een woensdag verschenen bericht van de Financial Times wilde Netanyahu eerder deze maand de bombardementen op Iran hervatten; het Israëlische leger zou klaar hebben gestaan om op 10 oktober toe te slaan. Trump zou echter hebben besloten het conflict niet vóór de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen van 3 november opnieuw te laten oplaaien. In dat relaas biedt de kalender uitstel, maar geen geruststellend slotakkoord.

De voorgenomen aanvallen zouden volgens de Financial Times Iraanse nucleaire installaties, overheidslocaties en civiele infrastructuur hebben getroffen. Bij Amerikaans groen licht zouden ze zwaarder zijn geweest dan de aanvallen waarmee de oorlog op 28 februari begon. Intussen meldde Al Jazeera op 21 oktober 2026 dat Iran de onthulling voorbereidt van een wapen met de bijnaam ‘vader aller bommen’. Dat bericht stond tegenover Trumps verwijzingen naar de Amerikaanse ‘moeder aller bommen’ en berichten over plannen voor aanvallen op Iraanse energie-infrastructuur. Het zijn aankondigingen en gerapporteerde plannen, geen bewijs dat deze aanvallen zullen plaatsvinden. Maar zelfs zonder die zekerheid blijft een bitter tafereel over: leiders spreken over steeds grotere wapens, terwijl woorden van terughoudendheid nauwelijks boven het dreunen uitkomen.