De achterkant van de maan, die vanop aarde niet kan worden gezien, zou volgens professor Wörner de beste voorwaarden voor onderzoek kunnen bieden. Er zouden immers telescopen kunnen worden opgezet die ongestoord in de diepte van de ruimte zouden kunnen kijken.
Volgens Jan Wörner zou bij de uitbouw van Lunarville in eerste instantie de focus worden gericht op bouwmaterialen en voeding. Nadien zou het volgens hem echter mogelijk moeten worden op water te produceren op basis van waterstof, terwijl broeikassen de teelt van groenten mogelijk zou moeten maken.

