Voor de vrede in Oekraïne ligt volgens de Amerikaanse vicepresident JD Vance nog altijd een ‘zeer hoge berg’ — en achter het voorzichtige diplomatieke ochtendlicht rijst die op als een donkere muur. Er zijn berichten over nieuwe gesprekken tussen Rusland, Oekraïne en de Verenigde Staten, na een ontmoeting van de Amerikaanse gezant Steve Witkoff met president Vladimir Poetin. Maar wie daarin alvast het einde van de oorlog wil horen, krijgt van Vance een ontnuchterend antwoord. De bereidheid om aan tafel te verschijnen is nog geen overeenstemming. Volgens hem liggen Rusland en Oekraïne inhoudelijk nog te ver uiteen om een vredesakkoord te sluiten.

In een interview met Forbes, waarover hij donderdag sprak, zei Vance te denken dat beide landen hebben ingestemd met een terugkeer naar de onderhandelingstafel. Daarmee is hoogstens een stoel aangeschoven in een kamer waar de vrede nog altijd afwezig is. Dat er geen akkoord ligt, komt volgens de vicepresident doordat de partijen over de details van de onderhandelingen te ver uit elkaar staan. Hij prees Witkoffs inspanningen en wees op diens optimisme, maar beschreef het proces zonder feestverlichting: proberen, bekijken hoe ver je komt en vervolgens opnieuw beginnen. Soms lukt dat, soms niet. Het is een bescheiden vooruitzicht voor een oorlog waarvoor zelfs hoop kennelijk eerst door een eindeloze wachtkamer moet.
Vanuit Moskou kwam wel een concretere aankondiging. Poetinadviseur Joeri Oesjakov meldde halverwege de week dat Rusland heeft ingestemd met hervatting van het driepartijenoverleg met Oekraïne en de Verenigde Staten in november. Volgens de berichtgeving wordt een ontmoeting op hoog niveau voorbereid. Dat biedt uitzicht op diplomatiek contact, niet op een reeds beklonken doorbraak; boven de gesprekstafel blijft de zware schaduw van onopgeloste geschillen hangen. Het Kremlin verwelkomde woensdag bovendien wat het omschreef als aanzienlijke veranderingen in de Amerikaanse houding tegenover Oekraïne. Volgens Oesjakov heeft Moskou zijn opstelling daarop opnieuw beoordeeld, rekening houdend met signalen uit Washington. Wat die herbeoordeling concreet oplevert, maakt de aangeleverde berichtgeving niet duidelijk.
Poetin zelf liet intussen weinig ruimte voor een opgewekte slotscène. In recente media-uitlatingen zei hij een akkoord mogelijk te achten, maar hij hield ook vol dat Rusland zijn doelen zal bereiken, met of zonder overeenkomst. Daarbij gebruikte hij opnieuw de Russische benaming ‘speciale militaire operatie’ voor de oorlog. Zo staan onderhandelingsbereidheid en onverminderde oorlogsdoelen naast elkaar, als twee deuren waarvan niemand weet welke werkelijk opengaat. Vance zegt desondanks te willen blijven proberen, juist omdat de opdracht zo moeilijk is. Er is daarmee wel beweging richting overleg, maar nog geen vrede — slechts de moeizame klim waarover hij waarschuwt, onder een hemel die vooralsnog geen opklaring belooft.
