De Atlantische Oceaan lijkt voor de Braziliaanse kust oneindig diep. Bijna 2.000 meter ligt er tussen de zeespiegel en de bodem. Daaronder ligt nog 1.500 meter gesteente. Maar dan bereiken we een olievoorraad die vergelijkbaar is met Koeweit. "Een geschenk van God", noemde de voormalige Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva het. Alleen is het de vraag of het wel verantwoord is om naar deze olie te boren. De olieramp in de Golf van Mexico was een akelige kennismaking met wat er kan gebeuren als het fout gaat. Toen had BP al maanden nodig om de situatie onder controle te krijgen. Op een diepte als deze voor de kust van Brazilië zou het nog een stuk lastiger worden.

Maar zelfs die Braziliaanse goudmijn is niet voldoende om aan onze noden te voldoen. Hoewel de economie blijft slabakken, neemt de vraag naar olie nog dagelijks toe. Olielanden als Rusland, Iran en Koeweit kunnen niet meer volgen. De olieboringen in Brazilië zijn echter de gevaarlijkste die de olie-industrie ooit ondernomen heeft. En daar betalen ook wij de prijs voor. De olieprijzen hebben altijd een opwaartse trend gekend, al is het maar omdat we nu eenmaal niet zonder olie kunnen. Nog niet zo lang geleden maakten we ons zorgen over de slinkende olievoorraad. Maar de nieuwe olie heeft de gaten gevuld. In Canada vormen de teerzanden een belangrijke bron. En voor de VS is Canada een betrouwbaardere leverancier dan Saoedi-Arabië. En natuurlijk wordt er naar het noordpoolgebied gekeken waar door de opwarming van het klimaat plaatsen bereikbaar worden die vroeger geïsoleerd waren.