Voor de zil­joen­ste keer in het nieuws gis­te­ren: 'Prijs van ben­zi­ne stijgt vanaf mor­gen, als ge­volg van de no­te­rin­gen van olie­pro­duc­ten op de in­ter­na­ti­o­na­le mark­ten.' De vraag die op­bor­relt is: waar­om zijn die no­te­rin­gen op de in­ter­na­ti­o­na­le mark­ten zo prij­zig? De prijs van een grond­stof zoals olie is ge­voe­lig aan fac­to­ren als spe­cu­la­tie, ge­o­po­li­tie­ke span­nin­gen, ver­trou­wen en tutti quan­ti, maar is fun­da­men­teel ge­ba­seerd op vraag en aan­bod. Zit de vraag naar olie in de lift, dan de prijs ook. Dreigt het aan­bod terug te val­len, dan stijgt de koers.

Is de vraag te­gen­woor­dig dan zo hoog en/of het aan­bod zo laag? De gra­fiek sug­ge­reert het. De ge­mid­del­de koers van het Brent-Noord­zee­con­tract, de re­fe­ren­tie in onze con­trei­en, be­droeg 111,5 dol­lar per vat in 2012. Dat is een re­cord. Het vo­ri­ge re­cord was van 2011. Dat 'per­ma­nent hoog pla­teau', bijna voort­du­rend boven 100 dol­lar sinds begin 2011, is uniek.