Goud en zilver incasseren harde klappen terwijl zelfs een uitverkoop op Wall Street geen veilige haven voor edelmetalen opent. In de late Amerikaanse handel op donderdag noteerde goud rond 4.024,60 dollar per troy ounce: 42 dollar, ofwel 1,03%, lager. Zilver kreeg een zwaardere dreun en verloor 3,10% tot ongeveer 52,180 dollar. De boosdoener volgens het marktbericht van Kitco: een Amerikaanse economie die sterker groeit dan verwacht, gecombineerd met inflatie die zich niet laat temmen. Dat voedt de verwachting van verdere renteverhogingen door de Federal Reserve. Lagere obligatierentes boden ditmaal onvoldoende tegenwicht; rentevrees en steun voor de dollar hielden de edelmetalen onder druk.

AI-illustratie

De groeimotor draait nog stevig. De eerste raming voor het derde kwartaal kwam uit op 3,4% groei op jaarbasis, tegenover circa 3,2% verwacht en 2,2% in het tweede kwartaal. Consumentenuitgaven groeiden met 3,8% op jaarbasis; ook bedrijfsinvesteringen en overheidsbestedingen droegen bij. Maar onder die kracht schuilt spanning. De PCE-prijsindex steeg in september met 0,5% ten opzichte van augustus, terwijl de jaarinflatie opliep van 3,4% naar 3,6%. Zonder voeding en energie bedroeg de inflatie 3,1%, nog boven de Fed-doelstelling van 2%. Tegelijk bleef de voor inflatie gecorrigeerde consumptie vrijwel gelijk en zakte de spaarquote naar 3,8%. Huishoudens gaven nominaal meer uit, maar hielden minder van hun beschikbare inkomen over.

Voor de Fed is dat geen uitnodiging om achterover te leunen. Woensdag bleef de beleidsrente ongewijzigd op 3,75% tot 4,00%, met tien stemmen voor en twee beleidsmakers die direct een verhoging met 0,25 procentpunt wilden. De donderdagcijfers versterkten vervolgens de verwachting van een mogelijke rentestap in december. Voor goud, dat geen rente uitkeert, blijft dat een hinderpaal: een restrictief rentebeleid maakt rentedragende alternatieven aantrekkelijker. Hoewel de Amerikaanse tienjaarsrente tijdens de aandelenverkoop daalde, bleef die rond 5,0% liggen. Kitco wijst erop dat marktpositionering en zorgen over het verdere rentepad de defensieve koopvraag kennelijk overvleugelden. Zilver droeg daarnaast de last van zorgen over industriële vraag, financieringskosten en dure energie.

Ook het geopolitieke vuur doofde niet, al namen de onmiddellijke escalatiezorgen wat af door nieuwe diplomatie rond Washington en Teheran. Vicepresident JD Vance probeerde onderhandelingen nieuw leven in te blazen; Qatar presenteerde eveneens een voorstel. Een hoge Iraanse functionaris wees dat laatste echter af. Rond de Straat van Hormuz bleven scheepvaart en energievoorziening kwetsbaar. Een geclaimde Houthi-aanval op de Saudische raffinaderij Ras Tanura was niet gevolgd door onafhankelijk bevestigde grote bedrijfsverstoringen. Brent sloot 0,38% lager op 114,88 dollar per vat; WTI verloor 0,76% tot 102 dollar. Goedkopere olie temperde de acute energie-inflatievrees, maar een diplomatieke mislukking bleef een mogelijke bron van vluchtvraag naar goud.

Op Wall Street zat de pijn vooral bij grote technologiebedrijven. De Nasdaq verloor 1,44%, terwijl Alphabet na tegenvallende kwartaalresultaten ongeveer 13,3% kelderde, tegen een achtergrond van zorgen over het rendement op omvangrijke AI-investeringen. Toch was het geen algemene vlucht uit aandelen: de Russell 2000 won circa 1%. Europese beurzen stegen eveneens, terwijl de ECB haar depositorente op 2,50% hield en verdere verkrapping bij aanhoudende inflatie niet uitsloot. Het contrast is scherp: beursangst alleen bleek voor goud niet genoeg. Zolang het Amerikaanse renteperspectief zwaar weegt, blijft zelfs een onrustige handelsdag geen vanzelfsprekende springplank voor edelmetalen.