Het is geen exacte wetenschap, maar de link tussen hoge olieprijzen en recessies is nooit ver af. De wereld is verslaafd aan olie. Tijdens 4 van de laatste 5 recessies steeg de olieprijs fors voor de olieschok: 1973 oorlog in het Midden-Oosten, 1979 Iraanse revolutie, 1990 oorlog in Irak en in de crisis van 2008.

Om de economie te doen groeien, is er meer olie nodig. Met de stijgende prijzen, moet men dus meer uitgeven aan olieproducten om hetzelfde te bekomen. Gezinnen moeten dus een groter deel van hun huishoudbudget besteden aan olieproducten zoals elektriciteit, verwarming en vervoer en hebben minder geld over voor consumptie. Bedrijven gaan minder winsten maken en zullen hierdoor personeel moeten ontslaan. De werkloosheid verhoogt en het wordt moeilijker om een job te vinden. Er komen meer en meer mensen in de problemen met de afbetalingen van hun (hypothecaire) leningen. Deze vicieuze cirkel zal op een gegeven moment voor een forse terugval van de olieprijs zorgen waarna de toestand zich weer kan stabiliseren door lagere energieprijzen.

De olieprijs is uiteraard niet de enige factor die een recessie veroorzaakt, maar het heeft er wel een grote impact op. Als we de stijging van de olieprijs bekijken in de aanloop naar een recessie, krijgen we een goed beeld wanneer deze kunnen voorvallen. Tot nu toe steeg de olieprijs gemiddeld 11 % over de laatste 6 maanden. Voor de dot.com bubbel en de crisis van 2008 was dit respectievelijk 16 % en 17 %. Indien de Brent crude doorstijgt naar $ 133 de komende maanden komt de huidige stijging in de buurt van de 16 %.


Afbeelding 1.1: (groen: globale groei bbp (< 3% = globale recessie) – blauw: olieprijs – grijs: periode van recessies)

Iran wordt aanzien als de drijvende factor achter de recente stijging van de olieprijs. Met het embargo tegen Iran probeert het Westen Iran op de knieën te krijgen zodat het toelating geeft tot zijn nucleair programma. Met andere woorden, willen ze in het Westen verhinderen dat Iran een kernraket bouwt. Het embargo mist echter volledig zijn doel en keert zich tegen het Westen.

Door het embargo is de olie-export van Iran met 33 % gedaald, in dat opzicht is het Westen geslaagd. Maar door de aanhoudende dreiging van een escalatie is de olieprijs fors gestegen. Er zijn uiteraard meerdere factoren die een rol spelen, maar de kwestie Iran is toch een bepalende factor. Door de forse prijsstijging van de olie, stijgen ook de inkomsten van Iran. Iran is op weg om zijn derde grootste omzet ooit te boeken betreft de inkomsten uit olie. Ondanks de lagere productie, verdient Iran dus meer, zo $ 56 miljard wordt geschat. Op deze manier mist het embargo totaal zijn doel.

President Obama schuift de zwarte piet door naar de speculanten, uiteraard.

Er zijn nog 2 belangrijke factoren die op de langere termijn een belangrijke invloed uitoefenen op de olieprijs waar de financiële media niet veel rekening houdt: de achteruitgang van bestaande oliebronnen en de bandbreedte tussen de kostprijs en economische pijngrens.

Een oliebron is niet oneindig, dat is geweten. Wat minder geweten is, is de depletion rate. Dit is de jaarlijkse minproductie van een oliebron. Deze ligt voor de huidige oliebronnen op 3 à 4 %. Momenteel worden er ongeveer 75 miljoen vaten olie per dag geproduceerd. Zonder nieuwe productiecapaciteit zullen deze bronnen volgend jaar slecht 72 miljoen vaten per dag kunnen produceren. De aanbodzijde krimpt op deze manier dus wanneer er niet voldoende nieuwe oliebronnen in productie komen.


Afbeelding 1.2: Brent Crude Oil

De bandbreedte tussen de kostprijs en economische pijngrens versmalt de laatste jaren. De kostprijs per vat olie noteert rond de $ 80 - $ 90 voor Saoedi-Arabië en $ 100 voor Rusland. Dit is de prijs die nodig is om voldoende inkomsten te genereren om de bevolking onder controle te houden. Economisch gezien begint een olieprijs pijn te doen bij $ 125 per vat. De bandbreedte wordt dus smaller. Indien de olieprijs een van beide grenzen zal doorbreken, zal het ergens pijn doen.

Ronald Hendrickx – Fininfo-be

Fininfoblog.wordpress.com