Bijna 5 biljoen dollar begrotingstekort per jaar: Peter Schiff schetst een Amerika dat steeds dieper in de schulden raakt en uiteindelijk voor hogere inflatie kiest. In een bericht gedateerd 5 november 2026 verwacht hij dat een politiek compromis de belastingverlagingen van Trump intact laat én de extra uitgaven bevat die Democraten willen. Mogelijk verdwijnen volgens hem ook het federale schuldenplafond en de vrije prijsvorming bij creditcardrentes. Zijn centrale verwijt is scherp: beide partijen willen hun eigen voordelen behouden, terwijl de rekening voor de overheid verder oploopt. Het betreft nadrukkelijk zijn verwachting, geen beschrijving van reeds aangenomen wetgeving.

AI-illustratie

De zwaarste cijfers volgen uit een voorwaardelijk scenario. Als een forse vertraging van investeringen in kunstmatige intelligentie de economie in een recessie brengt, kan het jaarlijkse tekort volgens Schiff stijgen van ongeveer 3 biljoen naar bijna 5 biljoen dollar. Hij voorziet dan een staatsschuld van 50 biljoen dollar tegen het einde van Trumps termijn. De Federal Reserve zou daarop reageren met uitzonderlijk omvangrijke obligatieaankopen, oftewel kwantitatieve verruiming. Schiff verwacht een scherpe daling van de dollar en sterk stijgende consumentenprijzen. Dat is zijn sombere uitkomst; de aangeleverde tekst onderbouwt niet dat deze volledige keten onvermijdelijk is.

Daar zit de economische spanning: meer overheidsschuld kan volgens Schiff de lange rente en hypotheekrente opdrijven, met zware gevolgen voor economie en huizenmarkt. Om een financiële crisis te vermijden die hij erger vreest dan die van 2008, zou de Fed vervolgens massaal Amerikaanse staatsleningen en door hypotheken gedekte effecten kopen. Zo'n ingreep moet de financieringsdruk verminderen, maar gaat in zijn analyse ten koste van prijsstabiliteit. Bedrijfsobligaties en schuldpapier van lagere overheden zouden buiten die aankopen vallen en daardoor met sterk oplopende rendementen worden geconfronteerd. Ook een plafond op creditcardrentes kent volgens hem een pijnlijke keerzijde: kredietverstrekkers zouden veel consumenten uitsluiten. Bij bredere prijscontroles voorziet hij bovendien tekorten en maatschappelijke onrust.

Olie maakt zijn vooruitzicht nog grimmiger. Schiff verwacht dat de door hem beschreven oorlog rond Iran voortduurt en waarschuwt dat het aanspreken van de Amerikaanse strategische oliereserve niet onbeperkt kan doorgaan. Hij noemt 150 tot 200 dollar per vat als mogelijke olieprijs en verwacht zelfs bij een einde aan de oorlog verdere prijsstijgingen. Politiek trekt hij die lijn door naar 2028: kiezers zouden de presidentiële partij afstraffen voor de betaalbaarheidscrisis, waarna Democraten het Witte Huis en ruimere congresmeerderheden zouden veroveren. Hun beleid zou volgens hem het risico op hyperinflatie vergroten. Zijn slotoproep is goud en zilver kopen. Die oproep is Schiffs beleggingsstandpunt, geen vanzelfsprekende conclusie: zijn alarmerende betoog blijft afhankelijk van meerdere economische en politieke aannames.